Aantal bijensoorten per habitat
Bij de beheertypen van de kruidachtige soorten wordt er per plantensoort opgegeven welke wilde bijen er zijn waargenomen. Het betreft hoofdzakelijk eigen waarnemingen. Verder is er ook incidenteel gebruik gemaakt van Westrich (1989).
Het is niet zo dat alle bijen die worden genoemd ook daadwerkelijk voorkomen. Dat hangt af van de zeldzaamheid van een soort en/of de regio in het land. Sommige bijensoorten komen alleen in Zuid-Limburg voor, anderen in de duinen of ergens in het binnenland.
Om een idee te krijgen welke bijen we in een gebied kunnen verwachten zijn er overzichten gemaakt. Een groot of een klein gedeelte van deze bijen kunnen in een habitat voorkomen. Soms lijkt een habitat veel belovend en is er geen wilde bij te vinden, maar omgekeerd is het ook het geval. Het aantal soorten hangt af van het aantal soorten planten in samenhang met de variatie in de nestgelegenheid. En dat hangt weer af van de locatie in het land. Onder exact gelijke omstandigheden kan er een enorm verschil zitten in het aantal bijen per habitat in Friesland en in Maastricht. Verder is het aantal dat wordt aangetroffen vrijwel altijd afhankelijk van een aantal bezoeken/ aantal waarnemingen in de tijd, Dat kan dagelijks, wekelijks, maar ook in een reeks van jaren zijn.
 
Een paar praktijk voorbeelden van openbaar groen in de gemeente Ede (Koster 2000)
In de stad Ede komen vermoedelijk 80 tot 100 soorten wilde bijen voor.
J. Th. Tooroplaan 50 records: 22 soorten
Bodem: zand arm-matig voedselrijk, droog tot vochtig. Vegetatie: Singel met zoom. Beheer:  wordt in de winter uitgeharkt. Ecologisch beheer: sinds 1983.
Andrena cineraria, Andrena fucata, Andrena fulva, Andrena haemorrhoa, Andrena proxima, Chelostoma rapunculi, Colletes daviesanus, Halictus tumulorum, Hylaeus communis, Hylaeus hyalinatus, Lasioglossum calceatum, Lasioglossum leucopus, Lasioglossum leucozonium, Lasioglossum morio, Lasioglossum sexstrigatum, Melitta haemorrhoidalis, Nomada panzeri, Nomada ruficornis, Nomada succincta, Osmia caerulescens, Panurgus banksianus, Panurgus calcaratus.
Koekeltseboslaan 55 records: 31 soorten
Bodem: zand arm-matigrijk, droog tot vochtig. Vegetatie: Grasland, berm. Beheer: 1 x per jaar maaien in nazomer/najaar.Ecologisch beheer: sinds ca 1985.
Andrena barbilabris, Andrena carantonica, Andrena flavipes, Andrena fulva, Andrena haemorrhoa, Andrena nigriceps, Andrena synadelpha, Andrena tibialis, Andrena vaga, Chelostoma rapunculi, Colletes cunicularius, Colletes daviesanus, Colletes fodiens, Dasypoda  hirtipes, Epeolus cruciger, Epeolus variegatus, Halictus tumulorum, Hylaeus brevicornis, Hylaeus hyalinatus, Lasioglossum calceatum, Lasioglossum lucidulum, Lasioglossum sexstrigatum, Melitta haemorrhoidalis, Nomada alboguttata, Nomada fulvicornis, Nomada succincta, Panurgus banksianus, Panurgus calcaratus, Sphecodes longulus, Sphecodes monilicornis, Sphecodes pellucidus.
Proosdijpark 35 records: 17 soorten
Bodem: zand arm-matigrijk, droog tot vochtig; ook steenpartijen. Vegetatie: ruigte en zomen grezend langs bosjes en singels. Beheer. Wordt in de winter uitgeharkt, de zomen 1 x gemaaid. Ecologisch beheer: sinds 1973.
Andrena chrysosceles, Andrena florea,  Andrena haemorrhoa, Andrena ventralis, Anthidium  manicatum, Chelostoma rapunculi,   Hylaeus communis, Hylaeus signatus, Lasioglossum calceatum, Lasioglossum morio, Lasioglossum sexstrigatum, Megachile willughbiella, Melitta haemorrhoidalis, Nomada ruficornis, Nomada succincta, Osmia rufa, Sphecodes longulus.