Foto's Beheer aspecten
Deze pagina toont een aantal aspecten van het beheer in het verleden.

Gazonbeheer -- Tot in de jaren negentig werden grasvelden en bermen intensief, soms wel 26 keer per jaar gemaaid. Onder invloed van inzichten vanuit de milieubeweging en door het werk van Prof. dr. P. Zonderwijk is dat maairegiem aanzienlijk veranderd, niet alleen uit idealisme maar ook met het oog op bezuiniging. (Veenendaal 1992)
 
Detail van een frequent gemaaid grasland -- Grasland dat als een gazon wordt beheerd is zeer soortenarm.

 

Stadsberm met krokussen -- In de jaren zeventig vroegen stadsbewoners om meer kwaliteit in het groen o.a. bollen. Door de stuifmeelleverantie was dit ook een voedselbron voor honingbijen. (Veenendaal 1991)
 
Narcissen in stadsbermen -- In bermen werden ook steeds meer narcissen aangeplant. Dat begon al in de jaren zeventig. (Veenendaal 1995)
 
Uitgebloeide narcissen -- Op de plekken waar vooral narcissen groeiden mocht niet vroeg worden gemaaid, omdat het loof van narcissen eerst moest afsterven. Wilde planten kregen daardoor de kans om zich volledig te ontwikkelen en tot bloei te komen. Niet alleen narcissen gaven een aardig beeld, maar ook bloeiende paardenbloemen, madeliefjes en boterbloemen (Veenendaal 1989)
 
Verschil maaien en niet maaien -- Op deze foto is heel goed het verschil te zien tussen plekken waar niet mag worden gemaaid wegens het afsterven van narcissen en de plekken die regulier worden gemaaid. In de afgelopen jaren heeft biggenkruid zich op de niet gemaaide plekken kunnen ontwikkelen. (Veenendaal 1990)
 
Omvorming naar bloemrijk grasland -- Als men een bestaand grasland wil omvormen naar een bloemrijk grasland, in dit geval door tweemaal per jaar te maaien en het maaisel af te voeren, kan het wel 10 jaar duren voordat er zichtbaar resultaat wordt bereikt. Het grasland verkeert hier in de witbolfase: de fase waarin gestreepte witbol dominant is. Andere grassen, waaronder Engels raaigras, zijn hier volledig verdrongen door gestreepte witbol. (Breda, Haagse Beemden 1992)
 
Afvoer van het maaisel -- Het maaisel moet worden afgevoerd. Vooral de laatste decennia wordt het maaisel ook gebruikt als voer voor paarden. Jacobskruiskruid, een plant die giftig is voor paarden en verontreiniging ten gevolge van het autoverkeer maken het bermmaaisel minder gewild bij boeren en beheerders van paardenmaneges. Ook de aanwezigheid van zwerfvuil (bierblikjes etc.) is natuurlijk ongewenst.
 
Verwerking van maaisel -- De laatste decennia wordt maaisel ook voor bodemverbetering gebruikt. Het moet dan aan tamelijk hoge milieueisen (Europese normen) voldoen. Het maaisel gebruiken voor vergisting voor locale energievoorziening is ook een mogelijkheid om aan het maaisel een nuttige bestemming te geven. In Nederland verkeert dit proces nog in een experimenteel stadium.