Resultaten omvorming grasland --
Van frequent gemaaid grasland naar hooiland -- 1. Frequent gemaaid gras -- Tot 1990 werd, zoals in veel Nederlandse gemeenten deze grazige begroeiing frequent (tot 26 x per jaar) gemaaid. In 1990 werd er aan de randen van de gemeente Veenendaal geëxperimenteerd met 2 x per jaar maaien en afvoeren. In eerste instantie kwamen paardenbloemen massaal tot ontwikkeling. (Veenendaal 1990)
 
2. Hooilandbeheer -- Omdat het weilandkarakter volledig verdwijnt door hooilandbeheer, verdwijnen ook grotendeels de paardenbloemen. Dit resulteerde in een ruige, bloemloze, grazige vegetatie. (Veenendaal 1996)
 
3. Hooiproductie -- Het grasland is hoog productief, dus is de bodem waarschijnlijk zeer voedselrijk. (Veenendaal 1996)
 
4. Veldzuring is dominant
 
4. Resultaat -- Vanaf 1998 komt er een doorbraak. Zeer algemene plantensoorten bepalen het aspect van de vegetatie, maar de ontwikkeling naar bloemrijk hooiland is duidelijk zichtbaar. Hommels, solitaire bijen en vlinders zijn in redelijke aantallen aanwezig. (Veenendaal 1999)
 
Herstel na verstoring -- 1. Verstoord vijvertalud -- Door werkzaamheden is dit talud verstoord. Dominantie van grote brandnetel is het gevolg. (Veenendaal 1995)
 
2. Resultaat maaibeheer -- Door consequent maaibeheer en afvoeren van maaisel verdwijnt de grote brandnetel op zandgrond vrij snel. Dit wordt hier ook veroorzaakt door de zandige bodem. De vegetatie wordt tevens sterk beïnvloed door de natte ondergrond die waarschijnlijk door kwelwater wordt gevoed. Door de restanten van wortelstokken in de grond trad snel herstel op.
 
Omvorming grasland: Rondweg Veenendaal -- 1. Omvorming rondweg -- In 1996 wordt de toplaag van deze berm tot 20 cm afgegraven. Een nieuwe afdeklaag met schrale zandgrond wordt opgebracht. Een zaadmengsel van een- en tweejarige en overblijvende soorten wordt uitgezaaid.
 
2. Eenjarigen overheersen -- Het eerste jaar is klaproos met onder meer gele ganzenbloem aspectbepalend. (Veenendaal 1997)
 
3. Tweejarigen overheersen -- In het tweede jaar overheersen de tweejarige soorten en komen de overblijvende soorten tot ontwikkeling. (Veenendaal 1998)
 
4. Vergrassing treedt op -- Door onregelmatigheden in het beheer, gebrek aan monitoring, storing en verzuring loopt de bloemenrijkdom snel terug. Vermoedelijk was het resultaat beter geweest als er vanuit de bestaande situatie een maaibeheer was gevoerd. Biggenkruid en andere soorten hadden zich voor 1995 al gevestigd en ca. 40 soorten paddenstoelen kwamen er voor. (Veenendaal 2001).