Bodemvorming, rijping, initiële bodemvorming
Bodemvorming -- Een bodem ontstaat onder invloed van allerlei bodemvormende factoren. In de eerste plaats door verwering van het moedergesteente veroorzaakt door klimatologische factoren: water (regen, sneeuw, ijs), temperatuurschommelingen en wind. Daarnaast zijn er allerlei chemische en biologische processen die de bodem specifieke eigenschappen geven. Het gaat dan om doorlopende processen van humusvorming, inspoeling, uitspoeling en oxidatie. Dit leidt tot een gelaagdheid van de bodem. De lagen kunnen sterk in kleur en andere bodemeigenschappen verschillen. Bijvoorbeeld: voedselrijkdom, pH en organische stof.
Rijping (initiële bodemvorming) -- Rijping is de eerste fase van bodemontwikkeling. Fysische rijping vindt plaats door waterontrekking en drooglegging en gaat gepaard met volumevermindering, inklinking, krimpscheuren en het losmaken van de bodem door plantenwortels van pionierplanten. Chemische rijping vindt plaats door oxidatie met zuurstof uit de lucht. Biologische rijping gebeurt door omzetting van de bodem door bacteriën en vermenging van grond en organisch materiaal door regenwormen.
Slikken zijn met water verzadigd. Bodemleven (met uitzondering van wat schelpdieren) is hier zeer beperkt. Als zulke gronden permanent droog vallen, vindt er een rijpingsproces plaats. (Merwelanden 1997)
 
De ongerijpte kleibodem moet eerst drogen. Dat gaat gepaard met krimpscheuren die wel een halve meter diep kunnen worden.