Compenserende standplaatsfactoren
Met betrekking tot het milieu zijn planten niet onder één noemer te vangen. Alleen bij een bepaalde combinatie van (natuurlijke) milieufactoren kunnen plantensoorten zich handhaven. Het gaat vrijwel altijd om een complexe samenstelling van milieufactoren, waarbij de afzonderlijke factoren in zekere mate kunnen worden gecompenseerd. Schaduw tempert de vochtbehoefte van een plant. Een natte bodem geeft verschillende schaduwplanten weerstand tegen de felle zon. Planten van een meer voedselrijke bodem kunnen redelijk groeien op voedselarme, maar kalkhoudende of kalkrijke bodem. Voedselrijke bodems hebben een gunstige invloed op de bloei van planten op schaduwrijke plekken.

De sterkste compenserende factor is het wegvallen van concurrentie. De concurrentie van andere plantensoorten is waarschijnlijk de grootste stressfactor die planten moeten doorstaan. Als deze natuurlijke vorm van stress wegvalt, blijken planten veel minder kritisch te worden ten aanzien van het abiotische milieu. Dit verschijnsel zien we vooral in tuinen, parken, botanische tuinen en arboreta.
Soorten van uiteenlopende milieus doen het uitstekend op gemiddelde tuingrond omdat door beheermaatregelen wortel- en lichtconcurrentie van andere soorten wordt tegengegaan. Soorten van natte bodems, blijken dan ineens nog goed te kunnen groeien op vochtige of zelfs uitdrogende bodems en soorten van kalkrijke bodems nemen dan genoegen met een kalkarme of zelfs zwak zure bodem.

Compensatie is geen gegeven waar we al bij voorbaat van moeten uitgaan, maar we kunnen er onder bepaalde omstandigheden wel rekening mee houden. Bij het aanplanten van duurzame bomen moeten we zeer kritisch zijn, omdat het decennia kan duren voordat ongunstige groeiplaatsfactoren zichtbaar worden.