Fosfaat en plantengroei
Hoofdlijnen
Fosfaat is zeer belangrijk voor de groei, de voortplanting en de energievoorziening van planten en dieren. Fosfaat speelt onder meer een rol bij de omzetting van zonlicht naar voedsel. Het zit ingebouwd in DNA-moleculen, en menselijke en dierlijke eiwitten.
Zie verder wikipedia.org/wiki/Adenosinetrifosfaat. Meststoffen bevatten veel fosfaten. Doordat fosfaat zich aan de bodem bindt, hoopt het zich op. Als ook andere voedingsstoffen in de bodem aanwezig zijn, kan fosfaat bijdragen aan een hoge productiviteit van een gewas. Als dat veevoer is, worden fosfaten onder meer in vlees opgeslagen. Als dat consumptievlees is, verdwijnt er fosfaat uit het milieu. Sterft een dier op een natuurlijke wijze en het wordt het niet afgevoerd, dan keert het fosfaat weer in de bodem terug.
Onder natuurlijke omstandigheden staat de hoeveelheid fosfaat in de bodem in verhouding met de natuurlijke kringloop van voedingsstoffen. Planten en dieren nemen fosfaten op, die bij het sterven en vergaan weer vrijkomen. Op landbouwgronden waar meer meststoffen worden toegediend, dan door planten en dieren kan worden opgenomen is er sprake van overbemesting. Er komt dan een overschot aan fosfaat in de bodem. Deze spoelen gedeeltelijk uit en komen in de diepere lagen van de bodem en uiteindelijk ook in het oppervlaktewater terecht. Een slechte waterkwaliteit, die zich onder meer uit in algenbloei, is dan het gevolg. Vooral bij natuurbeheer en natuurontwikkeling vormt fosfaat vaak een groot probleem. Op natte bodems kan zich dat onder meer uiten door dominantie van pitrus of drogere bodems door vergrassing. Voor drachtplanten is er dan weinig ruimte.
 
Meer informatie
Op stikstof - en kaliumarme bodems blijft de rol van fosfaat beperkt. Door stikstofdepositie wordt fosfaat een krachtige productiefactor bij de ontwikkeling van biomassa. Dit stelt natuurbeheer en ecologisch groenbeheer voor grote problemen. De bodems verschralen nauwelijks. Plaggen en afgraven van bodems is vaak zeer kostbaar en ook niet altijd mogelijk, zeker niet als het fosfaat zich te diep in de bodem heeft opgehoopt. Vooral op voormalige landbouwgronden kan een eenzijdige bemesting verlichting bieden, zolang het fosfaat niet te diep in de bodem is opgehoopt. Dat kan oplopen tot meer dan 0,8 m diep. Ontgronden is dan nog nauwelijks een optie. Gewoonlijk bevatten meststoffen de elementen N, P en K (stikstof, fosfor en kalium). Door uitsluitend zeer beperkt stikstof en/of kalium toe te dienen, kan het fosfaatgehalte worden teruggedrongen. Voor kleine projecten is dat in de praktijk uit te proberen. Maar als het om grote projecten gaat, is een bodemkundig onderzoek noodzakelijk.
Dit proces wordt ook wel uitmijnen genoemd. Dit is het onttrekken van fosfaat aan de grond door middel van oogsten en afvoeren van een gewas zonder fosfaatbemesting. Het principe van uitmijnen werd in de jaren tachtig al sterk aanbevolen. (onder meer Londo, 1987, p.26). In die tijd werd er vooral gedacht aan stikstof. kalium lijkt onder de huidige omstandigheden een beter alternatief. Londo wees vooral op de teelt van maïs, maar Italiaans raaigras werd door Prof. Zonderwijk aanbevolen, omdat dit meerdere keren per jaar te oogsten is.
Ook in natte milieus speelt fosfaat een cruciale rol. Fosfaat wordt in natte, door kwelwater gevoede bodems, door ijzerionen gebufferd. Maar door het inlaten van hard, gebiedsvreemd water komt het fosfaat weer vrij en wordt de balans in de vegetatieontwikkeling verstoord.
Andere processen die de voor de planten beschikbare fosfaat beperken is de ontwikkeling van het bodemleven (micro-organismen) en begrazing. In beide processen worden fosfaten door de groei van de begrazers en van andere kleine organismen uit de bodem opgenomen waardoor het fosfaat niet beschikbaar is voor plantengroei. Doordat fosfaat dan een wat meer beperkende factor wordt, krijgen planten van schralere bodems meer kans om zich te ontwikkelen terwijl de concurrentiekracht van planten die gebonden zijn aan voedselrijke bodems afneemt. Bij constante begrazing en een optimaal bodemleven blijft het fosfaat dan in de kringloop.
 
Litaratuur
Chardon, W. & F. Sival (2003). Fosfaat: knelpunt voor realisering EHS op voormalige landbouwgronden? De Levende Natuur 104 (6): 267-277.
Eekeren, N. van, G. Iepema & F. Smeding (2007). Natuurherstel in grasland door klaver- en kalibemesting. De Levende Natuur 108 (1): 27-31.
Kemmers, R.H., A.T. Kuiters, P.A., Slim & J.P. Bakker (2006). Is ontgronden noodzakelijk voor natuurherstel op voormalige landbouwgronden?. De Levende Natuur 108 (4): 170-175.