Kalk
Het Ca ++ -ion (in dagelijkse spreektaal kalk genoemd) is zowel in zure als in alkalische grond het meest uitwisselbaar. Zure bodems hebben weinig uitwisselbaar calcium. Alkalische tot neutrale gronden bevatten daarentegen een groot reservoir uitwisselbaar calcium.
Op humusarme gronden en in water heeft kalk ook een ander effect. Het bindt fosfor, waardoor dit voor de planten moeilijker beschikbaar is. Kalkrijke gronden zijn daardoor in het algemeen wat schraler en worden in de natuur gekenmerkt door een andere compositie van planten. Verder kan de factor kalk, doordat het nutriënten vrijmaakt, ook droogte min of meer compenseren. Daardoor zijn kalkrijke gronden minder droogtegevoelig.
Kalk heeft een sterke invloed op de zuurgraad. Kalkhoudende bodems hebben meestal een pH groter dan 7. Kalkhoudende bodems hebben meestal een betere bodemstructuur dan zure bodems. Kalk maakt kleigrond losser en gaat verslemping op leemgronden tegen. Doordat kalk de pH verhoogt, vindt er een snellere omzetting van organische stof plaats. Om die reden vindt kalkbemesting plaats.
Ca++-ionen in de bodem
De hogere zuurgraad heeft een stimulerende werking op de ontwikkeling van bacteriën en schimmels (actinomyceten) in de bodem. Dit heeft een snellere mineralisatie van de organische stof tot gevolg. Voedingsstoffen komen dan sneller beschikbaar voor de planten. Verder heeft bekalking een sterke invloed op de omzetting van de ammoniumverbindingen in nitraat. Bekalking mobiliseert plantenvoedsel in de grond. Als er niet wordt bijgemest, zal de grond, afhankelijk van het bodemtype, vroeg of laat verschralen en op den duur raakt de bodem uitgeput (uitgemergeld). Indien de voedselvoorraad van de bodem niet regelmatig wordt aangevuld, is het resultaat op langere termijn een daling van het humusgehalte en een complete verarming (uitmergeling) van de grond. Vandaar het spreekwoord; ‘'Rijke boeren, arme zonen.''