Microklimaat
Microklimaat is het klimaat op kleinschalig tot zeer klein niveau. Zowel in de vrije natuur als in tuinen en zelfs in de huiskamer speelt het microklimaat een belangrijke rol bij de groei van planten en de ontwikkeling van vegetaties. Hiervan kan sprake zijn op plekken van een paar hectaren (een heideterrein omgeven door bos), bij het verschil tussen een noord- en zuidhelling van een dijk, op een plek onder een boom of een struik of bij het klimaatverschil tussen zuidwest of noordoost kant van een laanboom. Die verschillen kunnen betrekking hebben op de factoren licht, temperatuur, luchtvochtigheid en wind. De verschillen treden zowel in horizontale als in verticale richting op, bijvoorbeeld bij het verschil in luchtvochtigheid en windsnelheid op verschillende plaatsen in een bos. Veel organismen reageren daar op. Met het vegetatiebeheer of tuinonderhoud moet daar rekening mee gehouden worden.
 
Zon en schaduw
Het simpelste voorbeeld dat kan worden gegeven, zijn planten die in de schaduw en in de volle zon groeien. Kleine ongewervelde dieren, zoals insecten, spinnen en pissebedden, reageren enorm op verschillen en veranderingen in het microklimaat. Het maaien van een hooiland of berm heeft fatale gevolgen voor deze fauna, omdat daardoor in alle opzichten het microklimaat plotseling verandert. Dagvlinders reguleren hun temperatuur door afwisselend in de zon en in de schaduw te gaan zitten. Mieren en spinnen migreren door de lucht via de thermiek. Omdat die thermiek op maaiveldniveau vaak zwakker is dan een halve of hele meter daar boven, klimmen ze vaak in plantenstengels of andere structuren om van de grond los te kunnen komen. Verschillen in het microklimaat zijn dus van enorm belang voor de biodiversiteit. Bij het ontwerp en beheer moeten we er goed rekening mee houden.
 
Hellingshoek
Hellingshoek en expositie zijn exponenten waar we in de praktijk vaak mee te maken hebben. De hellingshoek van het terrein en de ligging ten opzichte van de zon kunnen een belangrijke invloed hebben op de plantensoorten die er kunnen groeien. Een steile noordhelling zal een groot deel van de dag beschaduwd zijn of weinig zonnestralen opvangen. Doordat minder verdamping plaatsvindt, zal de bodem vochtiger blijven en zal er een meer weelderige begroeiing voorkomen dan op een zuidhelling. Zuidhellingen kunnen daarentegen in de zomer zo sterk uitdrogen, dat er alleen soorten die aan zomerdroge bodems zijn aangepast kunnen leven.
 
Stad
In de stad ondervinden we de invloeden van het microklimaat dagelijks aan den lijve. De temperatuurverschillen tussen zonnige en beschaduwde, respectievelijk groene en stenige plaatsen, zijn aanzienlijk. Dit geldt ook voor de invloed van de wind. In hoogbouwwijken kan het op stormachtige dagen op sommige plekken zeer luw zijn, terwijl er op andere plekken heftige turbulente winden waaien.
Een voorbeeld van microklimaat op een heuveltje van ca 60cm hoog. Deze kleine verschillen hebben vaak een grote invloed op de vegetatie en de daarmee samenlevende fauna.