Laagveen en hoogveen
Hoofdlijnen meer informatie
Laagveen is onder zuurstofarme omstandigheden vanuit het grondwater of onder water ontstaan, onder meer door het dichtgroeien van plassen. Afgestorven plantaardig materiaal hoopt zich dan op en wordt, half verteerd, tot een turfachtige massa in elkaar geperst. Zolang er geen zuurstof bijkomt of het niet wordt afgedekt met zeer dikke lagen zand (bijv. bij stadsuitbreiding), gebeurt er met dit veen weinig.
Als de grondwaterstand wordt verlaagd, komt er zuurstof bij de half verteerde plantenresten waardoor de vertering verder kan gaan. Het veen verdwijnt, het verbrandt als het ware en levert dan plantenvoedende stoffen op. Dit is te merken aan de ruige begroeiing die daardoor ontstaat. Daarom moet men er voor zorgen dat veengronden steeds met water zijn verzadigd. Dat houdt in dat men het waterpeil nooit mag verlagen, omdat daardoor de bodem inklinkt (verlaging). Na inklinking is dan weer een nieuwe waterpeilverlaging nodig. Voordat men het weet zit men dan in een neerwaartse spiraal. Soms wordt laagveen als afdeklaag gebruikt. In droge situaties is dat ongewenst, omdat het vrij snel verteert en door het snelle verteringsproces veel ruigte zal ontstaan.
Hoogveen is boven de grondwaterspiegel ontstaan en wordt uitsluitend door regenwater gevoed. Een pakket laagveen van bijvoorbeeld een meter dik kan binnen een eeuw ontstaan, voor hoogveen kan dat meer dan 1000 jaar duren.
 
Scroll voor foto's
 
Laagveen is een organisch bodemtype dat onder water is ontstaan. Op deze plek duizenden jaren geleden toen de kustlijn nog aanzienlijk verder ten westen van de huidige kustlijn lag. De zee heroverde het land, sloeg het veen weg of bedekte het met zand of met klei. Op sommige plekken komt het verre verleden weer aan het oppervlak. (Vlieland 2006)
 
Laagveen dat aan de lucht en hard water is blootgesteld, erodeert snel. Een hoge waterstand en zacht water kunnen dat voorkomen. (Hoogvliet, ca. 1995)
 
Hoogveen is boven water, onder invloed van regen ontstaan. In Nederland is hoogveen zeer zeldzaam geworden. Vooral in de Noord- en Noordwest-Europa komt hoogveen nog geregeld voor. Het ontstaan van hoogveen duurt honderden tot duizenden jaren. Het afgraven van Veen kan binnen een mensenleven. Op deze plek gebeurt het nog kleinschalig in tegenstelling met andere plekken in Europa. (South Uist, N.W-Schotland 2004)
--
Meer informatie
Veengronden
Veengronden zijn gronden die:
1) binnen 80 cm vanaf het maaiveld een meer dan 40 cm dikke laag moerig materiaal bevatten.
2)
tussen 0 en 80 cm beneden het maaiveld voor de helft of meer van die dikte uit moerig materiaal bestaan. Daar binnen kunnen drie groepen worden onderscheiden: eerdveengronden, rauwveengronden en moerige gronden.
Eerdveengronden
Eerdveengronden hebben een moerige A-horizont van minstens 15 cm dik, en die maximaal 15% herkenbare plantenresten. Dus een humusrijke A-horizont.
Koopveengronden -- met veraarde A-horizont minder dan 50 cm dikte, bestaande uit venig zand, zandig veen of veen.
Madeveengronden -- met veraarde A-horizont minder dan 50 cm dikte, bestaande uit kleihoudend veen, kleiig veen of venige klei.
Rauwveengronden
Rauwveengronden zijn gronden zonder veraarde bovengrond.
Vlietgronden -- hebben geen minerale bovenlaag; zijn ongerijpt, zeer slap en waterrijk.
Vlierveengronden -- hebben geen minerale bovenlaag; zijn ten dele gerijpt, minder slap en minder waterrijk.
Waardveengronden – hebben een kleidek van minder dan 40 cm dik.
Weideveengronden – hebben een klei- of zaveldek met een minerale eerdlaag; deze komen veel voor in het Utrechtse-Hollandse veenweidegebied.
Moer -- Veengrond, veenmoeras. Gelukkig is het land waar het kind (volk) zijn moer verbrand.
Moerig -- Veenachtig, organisch en humeus materiaal.
 
Schematische overzicht veengronden    
             
        Kleiig eerdveengrond.   Koopveengrond.
    Eerdveengrond.        
        Kleiarme eerdveengrond.   Madeveengrond.
          X  
Veengrond.           Waardveengrond.
            X
            Weideveengrond.
    Rauwveengrond.   Gewone rauwveengrond.   X
            Meerveengrond.
            X
            Vlierveengrond.
             
Veengronden zijn gronden die: 1) binnen 80 cm vanaf het maaiveld een meer dan 40 cm dikke laag moerig materiaal bevatten. 2) tussen 0 en 80 cm beneden het maaiveld voor de helft of meer van die dikte uit moerig materiaal bestaan.
Eerdveengronden hebben een moerige A-horizont van minstens 15 cm dik, en die maximaal 15% herkenbare plantenresten. Dus een humusrijke A-horizont.
Rauwveengronden zijn gronden zonder veraarde bovengrond.