Water voor plantengroei
Planten nemen met hun wortels water met daarin opgeloste voedingsstoffen uit de bodem op. De vochttoestand is daarom een van de belangrijkste aspecten van het milieu. In een gemiddelde vochtige bodem kunnen veel plantensoorten groeien. In droge bodems kunnen veel planten geen of moeilijk voedingsstoffen opnemen door gebrek aan water en in kletsnatte bodems niet door zuurstofgebrek. Om in deze milieus te kunnen groeien, moeten planten over verschillende aanpassingen beschikken. In Nederland is vergeleken met grote delen in de wereld het overgrote deel van de bodem nooit langdurig droog. In het groeiseizoen valt er, afhankelijk van de streek en de maand, tussen 50 en 75 mm regen per maand. Deze neerslag is zelden gelijkmatig over het jaar verdeeld.
 
Droogte
Vrijwel ieder jaar komen er droge periodes voor met hoge temperaturen. De natuurlijke reactie van planten hierop is, het slap gaan hangen van de groene delen waardoor de verdamping sterk wordt verminderd. Bij extreme droogte verdorren de bovengrondse zachte delen van de plant, wat niet hoeft te beteken dat de planten dood gaan. Omdat droogteverschijnselen geen fraai beeld leveren, wordt er in veel tuinen al snel gesproeid. Vooral als er te snel wordt gesproeid, kan dit een averechts effect hebben. In de loop van het groeiseizoen passen planten zich aan, omdat ze met hun wortels naar water gaan zoeken. Vooral in het voorjaar of in de vroege zomer gaan schoksgewijze veranderingen van koel naar warm weer gepaard met het slap worden van planten. Zonder dat de planten extra water krijgen, is het slaphangen binnen enkele dagen hersteld.
 
Ecologisch tuinieren
Bij ecologische tuinen gaat het er niet alleen om of deze er natuurlijk of wild uitzien en of er veel planten- en diersoorten voorkomen, maar ook of planten er kunnen overleven zonder het omliggende milieu te belasten. Overdadig en onnodig gebruik van drink-, bodem- en oppervlaktewater wordt hier als milieubelasting opgevat. In hun natuurlijke milieu overleven planten tamelijk extreme situaties.
Het is daarom van belang dat men vooral in tuinen die puur voor recreatieve of voor niet economische doeleinden zijn aangelegd (stadstuinen, volkstuinen, landgoederen, boerenerven, parken, begraafplaatsen, etc.), planten worden gebruikt, die passen bij de hydrologische omstandigheden van de bodem. Deze worden niet alleen bepaald door de absolute hoeveelheid water in de bodem, maar ook door de structuur, de chemie en het humusgehalte van de bodem en de lichtintensiteit en de luchtcirculatie waaraan de bodem en de planten zijn blootgesteld. Het is daardoor vrijwel ondoenlijk om precies aan te geven hoe nat of hoe vochtig een bodem moet zijn. Dit is vaak een kwestie van ervaring die men in een bepaalde tuin of regio heeft opgedaan.