Bijenplanten en andere planten op muren/ muren voor bijen
Als we het over muurvegetaties hebben, denken we meestal aan traditionele muurvegetaties waar muurvaren, muurleeuwenbek of klein glaskruid deel van uitmaken. Als we in Zuid-Frankrijk op vakantie gaan zien we meestal muurvegetaties van een heel ander kaliber. Deze kunnen dienen als inspiratiebron voor onze stenige steden. Maar het is niet de bedoeling dat we invasieve exotische soorten in muren gaan introduceren. Op veel plekken kunnen hoogteverschillen worden aangebracht die kunnen dienen als vertikale tuinen. Ook structuren die een rol spelen bij waterbeheer bieden mogelijkheden. We kunnen alles in beton gieten omdat het bij de architectuur past of omdat het de goedkoopste oplossing is, maar leefbaarheid stelt vaak hogere eisen.
Literatuur muurvegetaties
Omschrijving en milieu
Muurvegetaties zijn een bijzondere vorm van pioniervegetaties die in Nederland vrijwel uitsluitend op verticale, kunstmatige stenige substraten groeien, maar in alle andere landen van Europa ook op natuurlijke stenige (meestal verticale maar ook op horizontale) substraten. Dus op rotswanden en stenige al dan niet hellende plateaus.
Muurplanten groeien in Nederland op muren van oude gebouwen, stadsmuren, tuinmuren, kaden, gemetselde duikers, oude spoorwegviaducten, pijlers van spoorbruggen en verkeersbruggen, perronkanten, goten, sluismuren, gemetselde steen- en basaltglooiingen en soms in straatputten. Behalve de traditionele muurvegetaties, worden er ook beelden getoond van planten op muren die ook in andere milieus voorkomen.
Muurvegetaties worden voortdurend bedreigd. Niet alleen door renovatie van muren en gebouwen, maar ook door concurrentie van uitheemse plantensoorten. Bezemkruiskruid kan op sterk verweerde muren dominant optreden. En als muurfijnstraal het in Nederland even goed gaat doen als in de zuidelijke delen van Europa, dan zal die onze inheemse muurvarens kunnen verdringen als we hem volledig zijn gang laten gaan. Veel planten die op muren groeien, groeien ook op andere stenige verhardingen.
Nieuwe muren voor nieuwe ideeen
Nieuwe muren van allerlei soorten bieden kansen voor vertikale tuinen. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? De vraag is wat kan er groeien. Het gaat om de vertaling van 'natuurlijke' vegetaties naar muurtuinen of verticale rotstuinen.
Bijen
Bijen nestelen vaak in of bij oude muren en foerageren op nectar en stuifmeelplanten die op de muur voorkomen. Zo is in Utrecht een muur gemaakt waarin de planten door de bewoners zelf zijn ingeplant. Deze muur wordt ook door de bewoners beheerd. Er komen tussen de 10 en 20 plantensoorten voor die ook goed zijn voor bijen, de laatste 5 jaar sterk zijn toegenomen: onder meer de lathyrusbij die in 2015 talrijk bij deze muur is waargenomen.
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
In het overzicht links zijn de planten in vier categorien gesplitst,
- bijenplanten die karakteristiek zijn voor oude muren.
- bijenplanten die niet karakteristiek zijn voor muren, maar zich wel spontaan vestigen.
- bijenplanten die kunnen worden aangeplant op nieuwe (tuin)muren.
- karakteristieke muurplanten waar geen bijen op zijn waargenomen.
Beheer
- In het algemeen moeten muurplanten zoveel mogelijk met rust worden gelaten; restauratie en reiniging vormen de grootste bedreiging.
- Restauraties mogen niet rigoureus worden uitgevoerd; beter regelmatig een kleine restauratie dan de hele restauratie in een keer.
- Bij restauratie moet kalkrijk cement worden gebruikt (35%-50% kalk en 50%-65% zand);
- Als beschaduwing aanwezig is in de vorm van bomen of hoge struiken moeten deze zoveel mogelijk worden gehandhaafd; te zware schaduw moet worden voorkomen.
Een zeer oude muur -- In Maastricht staat een van de oudste muren van Nederland. De bovenkant van deze muur is begroeid met muurbloem. Er groeien ook enkele planten die door de bewoners zijn aangebracht. Vooral dit type oude muren, waar er in Nederland maar enkele van voorkomen, zijn vatbaar voor invasieve soorten zoals bezemkruiskruid. (Maastricht 1996)
 
Stengelomvattend havikskruid op een kademuur en de stadswal van Maastricht
 
 

Gele helmbloem langs de Geul -- Gele helmbloem groeit hier uitbundig in een relatief voedselrijk
en vochtige milieu. (Valkenburg 1992)

 
Muurleeuwenbek - groeit op allerlei soorten muren. Deze foto is gemaakt langs de Rijn in Arnhem. Deze soort komt ook massaal voor op de basaltglooiingen van de afsluitdijk aan de Waddenzeezijde en groeit daar samen met zeekool. Muurleeuwenbek is dus ook enigszins zouttolerant.
 
Een kademuur in Amersfoort -- Op deze kademuur groeien onder meer muurleeuwenbek, mannetjesvaren en wilgenroosje. De laatste 2 soorten zijn niet specifiek voor muren. Dit beeld is in veel oudere steden te zien.
 
Grote wolbij bezoekt muurleeuwenbek
 
Wit vetkruid op een oude romeinse muur in Schotland
 
Tuinmaskerbij op wit verkruid
 
 
Wilde reseda is en soort die het in stenige milieus goed doet. Het is hier geen echte muur, maar het milieu grenst daar wel aan. (Arnhem 1990)
 
Wilde reseda geworteld in schanskorven (Amersfoort)
 
Reseda maskerbij
 
Gewone paardenbloem -- Op deze plek reiken de penwortels van de paardenbloemen vermoedelijk tot aan de grond, die achter deze kademuur verborgen ligt. Uiteraard hebben zulke muren meer potenties maar daarvoor zijn ze niet bedoeld.
 
Muurfijnstraal -- Een voorbeeld van de groeiwijze van muurfijnstraal in Zuid-Frankrijk. In Nederland kan de soort robuust groeien, vooral als de wortels contact kunnen maken met de minerale grond achter de muren. Verder groeit hier ook steenbreekvaren. LET OP: Invasieve soort
 
Tronkenbij verzamelt stuifmeel op bloem muurfijnstraal
 
Bewonersproject Griftpark Utrecht. Tientallen plantensoorten zijn door de bewoners aangeplant waaronder rode spoorbloem. De muur wordt ook door de bewoners onderhouden. Op deze plek wordt hij ook door honingbijen bezocht. (Utrecht ca. 2005)
 
Een aantal jaren later is rode spoorbloem dominant
 
Glasvleugelpijlstaart kwam in 2015 talrijk voor op planten op deze muur
 
De muur in 2015 met onder meer: brede lathyrus, en stalkaars. Het zijn geen muurplanten, maar ze groeien wel in de gaten van de muur en in de speten tegen de muur.
 
Lathyrusbij werd in 2015 talrijk langs deze muur waargenomen
 
Afwateringsputten in het Bunderbos
Roosters door het Bunderbos Tussen Elsloo en Bunde lagen langs het spoor op enkele plekken afwaterings-goten van grote gestapelde stenen, die uit de Ardennen afkomstig waren. In het Bunderbos kwam de vuursalamander talrijk voor samen met andere amfibieën. Op andere plekken groeiden vooral bijzondere varensoorten. Van boven af leken de afwateringsgoten op putten, maar het was een doorlopende goot. Op sommige plekken kon je er gewoon door heen lopen. Het was eigenlijke industrieel erfgoed.
De goten vormden echter een levensgevaarlijk element voor de mensen die langs het spoor moesten lopen om te schouwen en werken. Er zat eigenlijk niets anders op dan de goten door een ander afwateringssysteem te vervangen. Ik werd gevraagd om een alternatief te bedenken. Voor mij was de oplossing heel simpel. Ik fietste en liep over alle spoorbruggen van Nederland. Vooral  op de Moerdijkbrug was dat een geweldige ervaring. De paden bij al deze bruggen bestonden uit gegalvaniseerde roosters. Dit leek mij ook de oplossing: de stenen goten vervangen door roosters. Het advies was in een halve minuut gegeven en het werd ook uitgevoerd. Die roosters liggen er nog steeds.
 
Vooral steenbreekvaren kwam talrijk voor
 
 
 
De varens groeide prima onder de roosters
 
Een moswand in IJsland -- Regenwater wordt hier op het dak opgevangen en sijpelt constant langs de muur (Noordelijke expositie). Het resultaat is een dikke moswand. (Rijkjavik, Stadhuis 2000)
 
Overzicht enkele karakteristeiek muurplanten (geen bijen planten)
Asplenium ruta-muraria (Apspleniaceae) - Muurvaren: Vast: jun-okt; drievoudig geveerde blaadjes. Hemi, 0,05-0,15m. Op oude muren die met kalkrijke cement (mortel) zijn gemetseld: oude gebouwen, tuinmuren, kaden, sluismuren, viaducten, perronkantjes, etc. Zon-schaduw. .
 
Asplenium scolopendrium (Apspleniaceae) - Tongvaren: Overblijvend, groenblijvend, jul-aug; bladen ongedeeld, min of meer langwerpig tot lancetvormig. Hemi, 0,1-0,6m. In Nederland, voornamelijk op vochtige muren; licht beschaduwd-schaduw. .
 
Asplenium trichomanes (Apspleniaceae) - Steenbreekvaren: Overblijvend, groenblijvend, jun-sep; bladen enkelvoudig geveerd, deelblaadjes rond tot elliptisch. 0,05-0,25m. Op oude muren; onder meer gebouwen, bruggen, kaden, sluismuren; viaducten, tuinmuren, perronkantjes, afwateringsgoten; schaduw-zon, maar niet op te donkere plekken. .
 
Parietaria judaica - Klein glaskruid: Overblijvend, mei-okt, groenachtig, bloeiwijze okselstandig kluwens. 0,1-0,6m. Vochtige tot droge, tamelijk voedsel- en kalkrijke verweerde of oude muren van ruïnes, kaden, stadsmuren; waar de plant veel voorkomt, kan ze ook tussen het plaveisel worden aangetroffen; licht beschaduwd-halfschaduw.
 
Literatuur muurvegetaties
Andeweg, R. (2000). Muurplanten in de stad. De Levende Natuur 101 (3): 205-206.
Andeweg, R. (1994). Muurplanten in Rotterdam. Natuurmuseum, Rotterdam, pp. 63.
Denters, T. (1996). Erigeron karvinskianus DC (muurfijnstraal), een nieuwe inheemse urbane soort. Gorteria 22: 141-147.
Denters, T. (1991). De muurflora van de stad aan het Spaarne. Haarlemse walmuren: van alle kanten bekeken. Natura 88 (4): 82-85.
Denters, T. (2001). Amsterdam 'Wilde plantenstad'. In: H. van Halm, G. Timmermans, H. Koningen, R. Bouman, M. Melchers & J. Kazus (red.), De wilde stad, 100 jaar natuur van Amsterdam. KNNV uitgeverij, Utrecht, pp. 104-111.
Dijkstra, S.J. & H. Dijkstra (1986). Bijzondere muurvarenvegetaties in de gemeente Stadskanaal: inventarisatie, beheer, behoud en herstel. Staatsbosbeheer, pp. 17.
Douwes, R., E. Dijkhuis, A. Hospers, R. Jalving (1998). Muurplanten van de diepenring. KNNV, afd. Groningen, pp. 57.
Dupae, E. & Stulens, H. (2001). Muurbloemen in Sint Truiden: daar kijk je van op. Natuurhistorisch Maandblad 90 (4): 61-68.
Eysink, A.Th.W. (1985). Varens in voegen. De Levende Natuur 86 (4): 143-147.
Florusse, P. (1978). Tongvarens in straatputten. Natura 75 (10): 291-292.
Freijer, J. & W. de Winter (1984). Perronkantjes. Rapport N.J.N. afd. Bakkum, pp. 66.
Graatsma, B.G. (1989). Levende muren. De muur als groeiplaats voor wilde planten. Natuurhistorisch Maandblad 78 (10): 147-159.
Ham, R. (2000). Varens in Delft. KNNV afd. Regio Delft, pp. 55.
Hermy, M. & G. de Blust (1997). Punten en lijnen in het landschap. Schuyt, Haarlem: Van de Wiele, Brugge, pp. 336.
Kruyntjes, B. & B.G. Graatsma (1997). Een reduit voor muurbloem en stengelomvattend havikskruid. Natuurhistorisch Maandblad 86: 223-228.
Landuyt, W. van & G. Heyneman (1999). Varens op muren van Gent. Dumortiera 74: 2-10.
Londo, G. (1992). Over mortels voor muren in heemtuinen. Oase, 9-10
Maes, P.A. (1997). Muurplanten in Zeeland. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Zuidwest, Dordrecht, pp. 61.
Maes, B. & P. Bakker (2002). Evaluatie beschermingsplan muurplanten. Muurplantenbeleid in de periode 1988-2000. Ministerie van Landbouw en Visserij, Expertisecentrum LNV, Rapport EC-LNV nr. 2002, pp. 126.
Meertens, M.H., J.H.J. Schaminee & E.J. Weeda (1998). Asplenietea Trichomanus (Muurvaren-klasseIn) In: Schaminée, J.H.J., E.J. Weeda & V. Westhoff 1998. De vegetatie van Nederland 4: kust en binnenlandse pioniermilieus. Opulus Press, Leiden, pp. 346.
Mulder, T.J.D. (1988). Bedreigde muurplanten in Limburg. Natuurhistorische Maandblad 77 (1): 9-10.
Segal, S. (1962). De floristiek van oude muren. Gorteria 1: 71-74.
Segal, S. (1969). Ecological notes on wall vegetation. Junk, Den Haag, pp. 325.
Segal, S. (1969). De flora van muren in Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 58 (1): 13-16.
Sperber, H.H. (2003). Die Natursteinmauer: ein prägender Kleinlebensraum in Städten und Dörfer. Stadt und Grün 52 (8): 36-40.
Weeda, E.J. (1976). De sluismuren van het kanaal Almelo-Nordhorn. De Levende Natuur 79: (1)19-22.
Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2000). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland 3: Kust en binnenlandse pioniermilieus. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 256.
Werkgroep Bedreigde Muurplanten (1988). Handleiding voor bescherming van bedreigde muurplanten. Ministerie van Landbouw en Visserij, Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer, Den Haag, pp. 91.
Westhoff, V., P.A. Bakker, C.G. van Leeuwen & E.E. van der Voo (1970). Wilde planten, flora en vegetatie van onze natuurgebieden 1. Vereniging van behoud van natuurmonumenten in Nederland, pp. 320.