pionierplanten voor bijen op droogvallende natte voedselrijke bodems
Voorkomen -- Langs allerlei waterkanten van vijvers, sloten en plassen; komt grootschalig vooral op droogvallende gronden langs de rivieren voor. Verder in de loop van het groeiseizoen op allerlei droogvallende plaatsen zoals klei- een veen putten, droogvallende sloten en greppels. De plekken staan in de winter en een deel van het groeiseizoen onder water. Bij het droogvallen droogd de bodem niet uit, maar blijft vochtig tot nat. Langs de rivieren worden de locaties door het stromend water in standgehouden, op de meeste andere plekken ontstaan ze tijdelijk door werkzaamheden en groeien bij niets doen op korte of lange termijn dicht (verlanding en/of successie)
Kenmerkende soorten
- Bijenplanten: beklierde duizendkoop, moeraskers, waterpeper
- Planten waar geen bijen op zijn waargenomen: blaartrekkende boterbloem, zwart tandzaad, moeraszuring, rode ganzenvoet
Afhankelijk van de locatie kunnen van van beide catagorien tientallen plantensoorten voorkomen
 
 
Grote kattenstaart is van alle markten thuis, groeit in ruigte, in grasland, maar kan ook massaal als pionierplant optreden, waarbij hij spectaculaire paarse vlakken kan vormen (IJssel 2004).
 
Zompvergeet-mij-nietje in een droogvallende plas
 
Waterpeper groeit in het bos vaak in opdrogende plassen. Dit zijn vaak plekken in voedselarme terreinen die door gebruik of door het toestromende water voedselrijk zijn geworden. Doordat de ondergrond nog lang vochtig blijft, houdt deze soort goed stand.
 
Gele waterkers in de uiterwaard