R0: Ruigten op brakke bodems
Overzicht soorten R0
Voorkomen: In hoofdzaak plaatsen die onder invloed staan van getijden. Dit betreft het estuarium in Zuidwest Nederland waar vooral heemst in aanspoelingsgordels voorkomt; Noordzee kanaal, het Dollandgebied een de daaraan grensende havens. Afzonder soorten worden ook langs allerlei wateren in de kustprovincies aangetroffen.
 
 
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: Echte heemst.
Overige soorten: (niet exclusief voor brakke bodems) grote engelwortel, harig wilgenroosje, haagwinde, koninginnekruid (licht brak), kruldistel, akkermelkdistel
 
Geen bijenplanten: (niet exclusief voor brakke bodems) heen, riet, selderij.
Foto's
Grote engelwortel -- Langs de zeearmen en zeehavens is grote engelwortel tot diep in het binnenland aan te treffen. (Nieuwe Waterweg 1997)
 
Heemst is de meeste kenmerkende soort voor ruigte op brakke gronden. Maar is niet exclusief voor het getijdengebied. In de jaren tachtig is heemst in Zeeland en in Noord-Holland ook langs spoorsloten waargenomen (die vermoedelijk onder invloed van brak water stonden) Heemst kan 1,5 m hoog worden. In tuinen soms hoger.
 
Koninginnenkruid -- In zwak brakke milieus komt koninginnekruid geregeld voor. (Nieuwe Waterweg 1996)
 
Akkermelkdistel is een vrij algemene soort van voedselrijke bodems maar groeit ook goed op brakke gronden. (Nieuwe Waterweg 1993)
 
Overzicht sooten R0 Terug
Sonchus palustris - Moerasmelkdistel: Overbijvend: jul -sep, geel, bloeiwijze een tuil; 1,0 -3,0 m hoog. Natte, voedselrijke en vaak enigszins brakke veen - en kleibodems; in sloten, langs ruige waterkanten, vaak in het strooisel van natte ruigte; onder meer in verruigde rietkragen en natte verlande spoorbermen. Zon. Fauna: honingbijen Hb3, hommels, wilde bijen, Vlinders.

Angelica archangelica - Grote engelwortel: Twee- totdriejarig: jun-jul, wit, bloeiwijze een scherm; 1,0-2,5 m hoog. Op natte tot zeer vochtige en zeer voedselrijke bodems; het meest tussen basaltglooiingen en aanspoelingsgordels van rivieren, kanalen, overslaghavens en meren; zonnig- licht beschaduwd. Fauna: vlinders, wilde bijen, hommrld, honingbijen Hb3.

Althaea officinalis - Echte heemst: Overbijvend: jul -sep, roze tot witachtig, bloeiwijze een tros; bladen dicht fluweelachtig behaard. Hemi, 0,8 -1,5. Meestal in brak milieu, strooiselruigten, en op kleiige en venige bodems; in sloten, spoorsloten, verruigd riet, aan oevers van rivieren en voormalige zeegaten. Zon. . Fauna: honingbijen Hb3, hommels.
Bulboschoenus maritimus Heen (Zeebies): Overbijvend: jun -aug. Hemi/Geof, 0,5 -1,5. In natte, brakke tot zoete, voedselrijke milieus; langs allerlei waterkanten en in plassen, met of zonder dunne baggerlaag; onder meer in kanalen, sloten en stadsvijvers, tussen basaltglooiingen en op droogvallende plaatsen; verdraagt geen onverdund zeewater. Zon.
Epilobium hirsutum - Harig wilgenroosje: Overbijvend: jul -sep, roze; 0,6 -2,5 m hoog. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; ook op brakke bodems; plaatsen met ophoping en snelle mineralisatie van organisch materiaal; in verruigde rietmoeras­sen, langs oevers van allerlei wateren, vijverkanten, op braakliggende terreinen, in spoor - en kanaal­bermen en stadsplantsoenen. Zon. Fauna: honingbijen Hb3, hommels, Vlinders.