Beheertype R5: Zomerdroge tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodem
Voorkomen -- Vooral tussen 1980 en 1995 op spoordijken, spoorwegtaluds van spoorweginsnijdingen en overhoeken op spoorweg emplacementen. In hoofdzaak in Zuid-Limburg; vooral op geregeld afgebrande taluds en bermen en overhoeken op spoorwegemplacementen. Verder ook op taluds van holle wegen en dijk hellingen.
 
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten).
Onder meer: beemdkroon, borstelkrans, boslathyrus, grote centaurie, peen, wilde marjolein, viltig kruiskruid, zwarte toorts; vaak doorspekt met braam
Geen foto's beschikbaar
 
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen
#: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant.
> nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels)
Campanula rapunculus
Rapunzelklokje
klokjesdikpoot (Melitta haemorrhoidalis #) zandbijen (Andrena bicolor), groefbijen (Lasioglossum)
> klokjesbijen (Chelostoma rapunculi #, C. campanularium #), behangersbijen (Megachile willughbiella)
Geranium pratense
Beemdooie-vaarsbek
zandbijen (onder meer Andrena bicolor); groefbijen (lasioglossum); behangersbijen (onder meer Megachile willughbiella*
Lathyrus tuberosus
Aardaker
langhoornbijen (Eucera longicornis #), kustbehangersbij (Megachlie maritima), metselbijen (Osmia aurulenta O. Leucomelana)
> behangersbijen (Megachile, willughbiella, M. ericetorum), metselbijen (Osmia. claviventris)
Origanum vulgare
Wilde marjolein
metselbijen (Osmia*), zandbijen (Andrena), kegelbij (Coelioxys), wespbijen (Nomada), bloedbijen (Specodes)
Securigera varia
Bont kroonkruid
behangersbijen (Megachile circumcinta)
> grote wolbij (Anthidium manicatum), metselbijen (Osmia caerulescens) behangersbijen (Megachile willughbiella, M. ericetorum , M. versicolor)