Beheertype R7: Vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke bodem
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen
Voorkomen -- Door het hele land op overhoeken en braakliggende overhoeken van industriële terreinen: steenfabrieken, spoorwegemplacementen, haventerreinen, zandafgravingen; spoor- en kanaalbermen, spoordijken en overhoeken langs wegen.
 
 
 
 
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: aardpeer, boerenwormkruid, Canadese guldenroede, gewone braam, gewone engelwortel, goudgele honingklaver, grote hardvrucht, haagwinde, Japanse duizendknoop, kleine aster, late guldenroede, oosterse karmozijnbes, smalle aster, stijve zonnebloem, venkel.
Overige soorten: aardaker, bezemkruiskruid, bitterzoet, bosrank, citroengele honingklaver, dauwbraam, dauwnetel, echte heemst, fluitenkruid, framboos, gevlekte dovenetel, heggenwikke, lange ereprijs, kogeldistel, Mariadistel, muskuskaasjeskruid, overblijvende ossentong, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, Rudbeckia nitida, vogelwikke, wede, wilgenroosje, witte honingklaver, (zevenblad).
 
Geen drachtplanten:  
Kenmerkende soorten: gevlekte scheerling, puntwederik, riet. -- Overige soorten: kruisbladwalstro.
 
Foto's
Smalle aster -- Door het hele land komen verschillende soorten asters langs lintvormige landschapselementen voor: in bermen van spoorwegen, autowegen, kanalen en rivieroevers en op allerlei overhoeken. Ze worden in de nazomer vooral door hommels, honingbijen, zweefvliegen en vlinders bezocht. (Enschede,1989)
 
Grote hartvrucht is een zeldzame tot zeer zeldzame soort in Nederland. De vegetatie waarin deze soort voorkomt moet in verband met de ontwikkeling van nieuwe planten jaarlijks worden gemaaid. (Arnhem-Zuid, 1995)
 
Late guldenroede is een soort die vooral decennia geleden veel in tuinen werd aan geplant. Het is een soort die gemakkelijk verwilderd en zich snel verspreid en evenals Canadese guldenroede zeer massieve haarden kan vormen. Op vele honderden vierkante meters kunnen beide soorten dominant voor komen.
 
Haagwinde groeit vaak op basaltglooiingen, hier een component van toekomstige ruigte. (Maassluis ,1997)
 
Japanse duizendknoop is een decoratieve plant die op veel plekken zou kunnen worden toegepast, de bloemen worden vaak druk bezocht door hommels en honingbijen. Maar als deze soort zich eenmaal heeft gevestigd, houdt die vrijwel onuitroeibaar stand en breidt hij zich ieder jaar uit. Deze soort maant ons echter tot grote voorzichtigheid.
 
Kogeldistel komt vooral in het rivierengebied in ruigte voor. (Dodewaard, 2007)
 
Wede was enkele decennia geleden nog een zeldzame soort in het rivierengebied. Vooral langs de Waal komt hij op verschillende plaatsen taltijk voor. Deze soort staat tussen pionierplant en ruigte in. (omgeving Dodewaard, 1998).
 
 
--- Terug
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen van beheertype R7
#: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant.
> nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels)
Anthriscus sylvestris
Fluitenkruid
zandbijen (onder meer: Andrena proxima #, A. nigroaenea, A. barbilabris, A. carantonica, A.cineraria, A. chrysosceles, A. dorsata, A. flavipes, A. haemorrhoa, A. minutula, A. nitida, A. subopaca, A. varians); groefbijen (onder meer: Lasioglossum albipes, L. minutissium, L. calceatum, L. lucidulum, L. morio; Halictus rubicundus) Nomada (wespbijen)
Chamerion angustifolium|
Wilgenroosje
onder meer lapse behangersbij ( > Megachile lapponica #)
Heracleum mantegazzianum
Reuzenberenklauw
makerbijen (Hylaeus*), zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus en Lasioglossum)
Impatiens glandulifera
Reuzenbalsemien
alleen hommels
Isatis tinctoria
Wede
zandbijen (onder meer Andrena bicolor, A. minutula); Maskerbijen ( > Hylaeus)
Lamium maculatum
Gevlekte dovenetel
sachembijen (Anthophora acervorum), metselbijen (Osmia rufa*), Zandbijen (Andrena nitida, A. flavipes)
Lathyrus tuberosus
Aardaker
langhoornbijen (Eucera longicornis #); (Megachlie maritima), metselbijen (Osmia aurulenta, O. Leucomelana)
> behangersbijen (Megachile, willughbiella, M. ericetorum), metselbijen (Osmia claviventris)
Malva moschata
Muskuskaasjeskruid
zandbijen (Andrena bicolor); groefbijen (Lasioglossum calceatum, L. Sexstrigatum); klokjesdikpoot (Militta haemorrhoidales) zowel mannetjes als vrouwtjes, een slaapplant voor mannetjes klokjesdikpoot; Grote klokjesbij ( > Chelostoma rapunculi)
Melilotus albus
Witte honingklaver
zandbijen (Andrena flavipes); groefbijen (Halictus)
> behangersbijen (Megachile versicolor, M. ericetorum), metselbijen (Osmia)
Melilotus altissimus
Goudgele honingklaver
zandbijen (Andrena); groefbijen (Halictus)
> behangersbijen (Megachile), metselbijen (Osmia)
Melilotus officinalis
Citroengele honingklaver
zandbijen (Andrena flavipes); groefbijen (Halictus)
> ; behangersbijen (Megachile versicolor), metselbijen (Osmia)
Pentaglottis sempervirens
Overblijvende ossentong
zandbijen (Andrena bicolor), >roze mestelbij (Osmia rufa*), Sachembijen (Anthophora plumipes)
Phytolacca esculenta
Oosterse karmozijnbes
zandbijen (andrena); groefbijen (Lasioglossum); behangersbijen ( > Megachile)
Rubus fruticosus (de meeste wilde braamsoorten; zie flora) Gewone braam zandbijen (Andrena biolor, A. flavipes, A. minutula); groefbijen (Halictus tumulorum; Lasioglosum calceatum, L. sexstrigatum)
> maskerbijen (Hylaeus annularis, H. brevicoris, H. confusus, H. communis, H. gibbus, H. hyalinatus, H. pictipes); behangersbijen (Magachile versicolor); metselbijen (Osmia)
Senecio inaequidens
Bezemkruiskruid
zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus, Lasioglossum); waarschijnlijk ook zijdebijen (Colletes fodiens)
> tronkenbij (Heriades troncorum) waarschijnlijk ook zijdebijen (Colletes daviesanus)
Silybum marianum Mariadistel groefbijen (lasioglossum
Solidago gigantea
Late guldenroede
maskerbijen (Hylaeus*), kruiskruidbij; verder verschillende bijen die nectar zoeken o.m. Woekerbijen
Tanacetum vulgare
Boerenwormkruid
zijdebijen (Colletes C. fodiens #, C. similis); zandbijen (Andrena flavipes, A. nigriceps, A. dentuculata), groefbijen (Halictus rubicundus; Lasioglossum leucozonium).
> zijdebijen (Colletes daviesanus), tronkenbij (Heriades truncorum)
Veronica longifolia
Lange ereprijs
maskerbijen ( > Hylaeus) en groefbijen (Lasioglossum)
Vicia cracca
Vogelwikke
wikkebij (Andrena lathyri #), langhoornbijen (Eucera longicornis #); (Mechagile maritima)
> metselbijen (Osmia caerulescens, O. claviventris), behangersbijen (Mechagile centucularis, M. willughbiella)
Vicia sepium
Heggenwikke
zandbijen (Andrena lathyri #, (A. wikella #. A. labialis), langhoornbijen (Eucera longicornis#), metselbijen behangersbijen (Mechagile circumcincta)
> (Osmia caerulescens. O. claviventris. O. rufa)
 

Terug