R8: Ruigte van natte matig voedselrijke tot zeer voedselrijke bodem
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen
Voorkomen -- Door het hele land langs allerlei wateren en natte lintvormige landschapselementen en andere natte braakliggende terreinen; vaak als oevervegetatie. Van de stedeleijk ruigte zijn de ruigte van de natte en zeer vochtige gronden het beste ontwikkeld en dragen het meeste bij aan de dracht. Twee soorten wilde bijen zijn aan natte ruigte gebonden. Dat zijn de gewone slobkousbij aan grote wederik en kattenstaartbij aan grote kattenstaart.
 
 
 
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: Bitterzoet, echte valeriaan, Engelse alant, gele lis, geoord helmkruid, gevleugeld helmkruid, grote engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, hertsmunt, knolribzaad, koninginnekruid, lange ereprijs, late guldenroede, moerasandoorn, moeraskruiskruid, moeraslathyrus, moerasmelkdistel, moerasspirea, moesdistel, poelruit, rivierkruiskruid, slipbladige rudbeckia, spindotterbloem, wolfspoot, zomerklokje.
Overige soorten: gele waterkers, gewone engelwortel, gewone smeerwortel, goudgele honingklaver, haagwinde, harig wilgenroosje, heelblaadjes, kleine aster, moerasvergeet-mij-nietje, Oostenrijkse kers, reuzenbalsemien, rietgras, smalle aster, veenwortel, viltige basterdwederik, watermunt.
Geen drachtplanten
Kenmerkende soorten: liesgras, mannagras, moeraswalstro, moeraswolfsmelk, moeraszegge, oeverzegge, reuzenpaardenstaart, riet, scherpe zegge.
Overige soorten: bosbies, grote lisdodde, grote watereppe, heen, kleine lisdodde, koningsvaren, melkeppe, moerasbeemdgras, moerasvaren, moeraswederik, pitrus, puntwederik, rietgras, zeegroene rus.
 
Foto's
Engelse allant is een zeldzame soort die vooral langs de rivieren voorkomt. (Ewijk, Waal,1997).
 
Gewone engelwortel (Randmeer bij Elburg, 2007)
 
Grote wederik is door zijn gele kleur een opvallende plant in het landschap. In het cultuurlandschap groeit hij het meest in natte bermen op in greppels. Grote wederik is een zeer belangrijke plant voor de slobkousbij die volledig van deze plant afhankelijk is. Als zulke vegetaties te vroeg worden gemaaid. Wordt de bloei uitgesteld of onderbroken. De bij verdwijnt dan direct.
 
Haagwinde komt vaak in natte ruigte voor
 
 
Harig wilgenroosjeDeze bloemrijke ruigte. Is vaak een indicatie van een zeer voedselrijke bodem. Links lauwersmeergebied (1996); rechts Naarden-Weesp (1989)
 
Heelblaadje -- Ecologisch gezien staat heelblaadje tussen ruigte en grasland. Dit is een berm die ook in de zomer nog tamelijk nat kan zijn. Heelblaadje groeit hier samen met harig wilgenroosje. (Texel, 2007).
 
Grote kattenstaart is een soort die veel in de woonomgeving wordt toegepast, dat wil zeggen uitgezaaid. (Amsterdam, Slotervaart, 2000)
 
Grote kattenstaart in een nieuwbouwwijk in Barneveld
 
Grote kattenstaart, late guldenroede en harige wilgenroosje in Heergugowaard
 
Ruigte langs randmeer -- Langs de randmeren van de IJsselmeerpolders komen tientallen kilometers ruigten voor. Deze zijn niet alleen voor de recreatie van belang maar voor de vogels die daar in broeden, foerageren en rusten.
 
Koninginnekruid in woonwijk -- Weelderiger dan zo kan het niet, maar het is de vraag of dit niet te veel van het goede is. Ook water is een element dat voor de beleving van belang is. Daar is niets of heel weinig van te zien. (Breda, 1992)
 
Moerasandoorn is een van de weinige soorten van natte ruigte die ook als akkeronkruid kan voorkomen. Langs oevers van allerlei wateren is het een goede insectenplant die hommels en andere soorten bijen aantrekt. (Ketelhaven, 2001)
 
Moeraskruiskruid kan plaatselijk zeer fraaie, dichte vegetaties vormen.
 
Moerasspirea in Zwolle -- Deze natte plek in de Aa-landen van Zwolle wordt ten hoogste een maal per jaar gemaaid. Het is een bloemrijke groene lob in de stad. (Zwolle, ca 1998)
 
Poelruit in een nat rietland langs het eiland van Dordrecht (1995)
 
Rivierkruiskruid is een zeldzame, maar concurrentie krachtige soort van zeer ruige oevers. In principe zijn extra beheermaatregelen niet nodig. Eventueel houtige opslag verwijderen. (Eemmeer, 1997)
 
Echte valeriaan -- groeit hier in het natte, onbegaanbare riet. Deze soort groeit ook goed in en op zomervochtige bodems. (Lauwermeer, Zoutkamper Ril, 1999)
 
Zomerklokje is een soort van nat, verruigd riet. In het Holypark in Vlaardingen is dat perfect geïnterpreteerd. (Vlaardingen, 2005)
 
Lange ereprijs in een natte berm bij Zwolle grenzend aan de Overijsselse Vecht
 
 
--- Terug
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen van beheertype R8
#: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant.
> nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels)
Angelica archangelica
Grote engelwortel
zandbijen Andrena
Eupatorium cannabinum
Koninginnenkruid
breedband groefbij (Halictus scabiosae)
Inula britannica >
Engelse alant
zijdebijen (Colletes), Tronkenbij (Heriades truncorum), metselbijen (Osmia)
Iris pseudacorus
Gele lis
alleen hommels
Lotus pedunculatus >
Moerasrolklaver
grote wolbij (Anthidium manicatum), behangersbijen (Megachile willughbiella, M. versicolor, M.centuncularis*)
Lycopus europaeus
Wolfspoot
onder meer slobkousbij (Macropus europaea)
Lysimachia vulgaris
Grote wederik
slobkousbij (Macropus europaea #). groefbijen (Lasioglossum)
Lythrum salicaria
Grote kattenstaart
kattenstaartbij (Melitta nigricans #), bonte viltbij (Epeoloides coecutiens), tubebij (Stelis), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), Slobkousbij (Macropis europaeus)
Melilotus altissimus
Goudgele honingklaver
zandbijen (Andrena); groefbijen (Halictus)
> behangersbijen (Megachile), metselbijen (Osmia)
Mentha aquatica
Watermunt
Groefbijen (Lasioglossum/halictus); woekerbijen (Sphecodes)
Pulicaria dysenterica
Heelblaadjes
groefbijen (Lasioglossum calceatum), woekerbijen (Specodes)
> tronkenbij (Heriades truncorum), gewone behangersbij (Mechachile versicolor)
Rorippa austriaca
Oostenrijkse kers
maskerbijen (> Hylaeus); zandbijen (Andrena)
Solidago gigantea
Late guldenroede
kruiskruidbij (Andrena denticulata)
Stachys palustris >
Moerasandoorn
grote wolbij (Anthidium manicatum), andoornbij (Anthophora furcata #)
Symphytum officinale
Gewone smeerwortel
sachembijen (Anthophora plumipes); rosse metselbij (> Osmia rufa)
Veronica longifolia
Lange ereprijs
maskerbijen (> Hylaeus) en groefbijen (Lasioglossum)
Vicia villosa >
Bonte wikke
behangersbijen (Megachile), metselbijen (Osmia)
Terug