R9: Ruige op vochtige zeer voedselrijke bodem
Overzicht van de voonaamste drachtplanten en wilde bijen
Voorkomen:  Door het hele land in lintvormige landschapselementen en op braakliggende terreinen en op allerlei mechanisch verstoorde of bemeste terreinen. Op rijke gronden ook langs bossen en zowel binnen als buiten de stad ook langs beplantingen.
l
Drachtplanten (nectar- en stuifmeelplanten)
Kenmerkende soorten: akkerdistel (zie bij akker- en pionierveg.), gewone klit, groot hoefblad, grote klit, kruldistel, reuzenberenklauw, speerdistel, zevenblad.
Overige soorten: akkermelkdistel, bergbasterdwederik, donzige klit, gewone berenklauw, groot kaasjeskruid, grote hardvrucht, klein kaasjeskruid, muskuskaasjeskruid, Oostenrijkse kers, oosterse karmozijnbes, witte dovenetel, zevenblad, zwarte mosterd.
Geen drachtplanten: Kenmerkende soorten: bijvoet, grote brandnetel, kleefkruid, mierik. -- Overige soorten: kweek, ridderzuring.
 
Foto's
Akkermelkdistel staat tussen pionier- en ruigte vegetatie in. Hier neigt die meer naar ruigte. (Ketelhaven 2007)
 
Donzige klit is een (zeer) zeldzame tweejarige of kortlevende (meerjarige) vaste plant die zowel in ruigte als op open plekken in bermen kan voorkomen. Hij komt het meeste voor in de kleigebieden van Oost-Groningen. Als de plant bloeit wordt hij door bijen en vlinders bezocht. Als deze soort op plekken staat die 2 x per paar moeten worden gemaaid zou deze plant gespaard moeten worden zodat het zaad zich kan ontwikkelen. (Nieuw Beerta 1997)
 
Donzige klit in een wegberm in Groningen
 
Groot hoefblad is karakteristiek voor zeer voedselrijke bodems, maar komt ook op minder voedselrijke plekken tot dominantie. Dat kan ook op mechanisch gestoorde gronden zijn die dan tijdelijk voedselrijker zijn. (Amstelveen 1991)
 
Groot hoefblad met koolzaad en fluitenkruid is een combinatie die vaak voorkomt. (Gouda 2001)  
 
Grote klit is een van onze grootste ruigtekruiden. Komt vooral in het rivierengebied vaak voor.
 
Reuzenberenklauw staat hier op zeer voedselrijke en vochtige bodem, maar ook op minder voedselrijke bodems kan deze soort aspect bepalend zijn. (Arnhem-Zuid 1996)
 
Zevenblad als zoom -- Evenals de andere soorten heeft zevenblad een bredere ecologische amplitudo dan menigeen lief is. Hier groeit de soort op voedselrijk duinzand. (IJmuiden 2006)
 
--- Terug
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen van beheertype R9
#: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant.
> nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels)
Aegopodium podagraria
Zevenblad
zandbijen (Andrena proxima, A. barbilabris, A. cineraria, A. carantonica, A. chrysosceles, A. haemorrhoa, A. nigroaenea, A. nitida,  A. synadelpha, A. subopaca),  groefbijen (Halictus rubicundus, H. tumulorum; Lasioglossum calceatum, L. lucidulum, L. morio, L. parvulum, L. sexstrigatum)
> maskerbijen (Hylaeus communis, H. confusus, H. hyalinatus, H. pitipes)
Arctium lappa
Grote klit
behangersbijen (>Megachile versicolor)
Brassica nigra
Zwarte mosterd
zandbijen (Andrena barbilabris, A. bicolor, A. carantonica, A.chrysosceles, A. flavipes, A. haemorrhoa, A. minutula, A. nigroaenea, A. proxima, A. subopaca), groefbijen (Halictus, lasioglossum); maskerbijen (> Hylaeus communis)
Carduus crispus
Kruldistel
groefbijen (0nder meer Halictus scabiosae, lasioglossum)
> tronkenbij (Heriades trucorum); behangersbijen (onder meer Megachile versicolor), metselbijen (Osmia),
Cirsium arvense
Akkerdistel
andbijen (Andrena flavipes), groefbijen (Halictus rubicundus, H. tumulorum; onder meer Lasioglossum calceatum); maskerbijen (Hylaeus pectoralis, H. Confusus); Slobkousbij (Macropis europaeus); pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes)
> tronkenbij (Heriades truncorum); behangersbijen (Megachile versicolor, M. willughbiella)
Cirsium vulgare
Speerdistel:
pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes), zandbijen (onder meer Andrena flavipes), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), behangersbijen (Megachile maritima)
> tronkenbij (Heriades truncorum), metselbijen (Osmia); behangersbijen (Megachile centucularis, M. versicolor, M. willugbliella)
Heracleum mantegazzianum
Reuzenberenklauw
maskerbijen (Hylaeus*), zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus en Lasioglossum)
Heracleum sphondylium|
Gewone berenklauw
zandbijen (Andrena promixa, A. argentata, A. barbilabris, A. caobonaria, A. chrysosceles, A. flavipes, A. haemorrhoa, A. carantonica, A. nigroaenea, A. minutula, A. nitida); groefbijen (Lasioglossum Leucozonium, L. laticeps, L. pauxillum, L. sexstrigatum, L. zonulum); woekerbijen (Sphecodes)
> maskerbijen (Hylaeus brevicoris, H. communis, H. hyalinatus, H. pictipes); Metselbijen (Osmia bicolor, O. rufa)
Lamium album
Witte dovenetel
sachembijen (Anthophora plumipes), bruine rouwbij (Melecta albifrons)
Malva moschata
Muskuskaasjeskruid
zandbijen (Andrena bicolor), Grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi*); groefbijen (Lasioglossum calceatum, L. Sexstrigatum); klokjesdikpoot (Militta haemorrhoidales) zowel mannetjes als vrouwtjes, een slaapplant voor mannetjes klokjesdikpoot
Petasites hybridus
Groot hoefblad
zandbijen (onder meer Andrena nitida)
Rorippa austriaca
Oostenrijkse kers
> maskerbijen(Hylaeus); zandbijen (Andrena)
Sonchus arvensis
Akkermelkdistel
pluimvoetbijgrasbij, zeer locaal schorzijdebij, tronkenbij, en diverse soorten groefbijen (onder meer Lasioglossum zolunum en L. calceatum
> behangersbijen (Megachile centucularis, M. versicolor)
Terug