Natuurlijkheid van bossen
Bossen die niet direct of indirect door menselijk handelen zijn beïnvloed komen in Nederland niet of nauwelijks voor. De bossen in de duinen worden kunstmatig op hun plek gehouden, broekbossen zijn onder sterke invloed van mensen ontstaan en zelfs de bosjes in onze laatste hoogveenrestanten zijn niet vrij van menselijke invloed. Zoetwatergetijdenbossen zijn grotendeels geëxploiteerd of de samenstelling van de vegetaties is door bewuste menselijke invloed sterk veranderd.
Op de hogere gronden zijn bijna alle bossen zijn aangelegd. Aanvankelijk zijn deze bossen cultuurlijk, maar door hun lange ontwikkelingstijd worden ze steeds natuurlijker. Een naaldbos van een halve eeuw oud is meestal nog erg cultuurlijk, daarna verandert dat geleidelijk en de mate van natuurlijkheid zal sterk bepaald worden door de intensiteit van het beheer en de exploitatie. Vooral oude bossen die lang met rust zijn gelaten zien er vrijwel natuurlijk uit. Broekbossen die spontaan door laagveenontwikkeling zijn ontstaan zou men vrijwel natuurlijk kunnen noemen.
De meeste stedelijke beplantingen zijn cultuurlijk. Dit alles neemt niet weg dat vooral de oudere bossen een hoge natuurwaarde kunnen hebben die te vergelijken is met natuurbossen. Spontane bossen of bosachtige begroeiingen in de stedelijke omgeving zou men halfnatuurlijk tot vrijwel natuurlijk kunnen noemen, maar de bodem van deze bossen is vaak extreem cultuurlijk. Een waterdichte indeling is niet goed mogelijk. Ontwerpers en beheerders moeten vaak in een extreem cultuurlijke situatie bos en bosachtige begroeiingen ontwikkelen. Dat sluit echter ontwikkeling van spontane natuur niet uit. Het kan op termijn leiden tot een hoge natuurlijkheid(sgraad) en op middellange termijn zelfs tot een hoge belevingswaarde. Kortom de Nederlandse bossen zijn van cultuurlijke oorspong, maar in de loop der tijd van decennia tot eeuwen kunnen ze toch een vrijwel natuurlijke status krijgen.
 
Oerbos en duurzaamheid -- Hoeveel jaar geschiedenis ligt hier? De bomen worden hier een paar eeuwen oud. Daarna kost het decennia om af te sterven, alleen dat kan al een mensenleven duren. Na het omvallen volgt er nog eens zo'n periode. Als we het dan over duurzame bossen en andere duurzame beplantingen hebben, wat verstaan we daar dan onder? (het Rothwald 1980)
 
Structuur Eiken-haagbeukenbos -- In tegenstelling tot beukenbossen op de voedselarme zandige bodems is het eiken-haagbeukenbos sterk gestructureerd. Op voorgrond groeien hier vooral bramen die door verschillende soorten bijen worden bezocht.
 
Bosrand -- Onder invloed van begrazing is hier een geleidelijke overgang van grasland naar bos. De zoom ontbreekt hier. Deze is vermoedelijk afgegraasd. (Polen, Bialowieza 2000). Door begrazing kunnen de overgangen ook abrupt zijn, ook in natuurgebieden. In het grasland komen dun verspreid drachtplanten voor. Voor hoingbijen is hier weinig te halen.
 
Natuurlijkheid -- Natuurlijk in relatie tot bos betekent hier dat minstens een aantal eeuwen het bos zich spontaan ontwikkelt. Dus zonder actieve menselijke invloed. Bomen sterven vanzelf af en het bos verjongt zich zelf. Als het goed is wordt er ook niet gejaagd. Het sterven en vergaan van een grote boom kan veel meer dan 100 jaar duren. De leeftijdsopbouw van het bomenbestand is erg heterogeen en de afstand van de bomen is zeer onregelmatig; er ligt veel dik dood hout in alle stadia van vertering. Dood hout biedt nestplaatsen voor wilde bijen, maar dat functioneer het beste op zonnige open plekken een aan zonnige bosranden(Biatowieza, 2000)
 
Doodhout in Sonsbeek -- Dood hout is een introductie naar natuurlijkheid. Dit was destijds geen vanzelfsprekendheid. Er waren veel voorstanders voor natuurontwikkeling, maar ook velen die vonden dat het bos er netjes moest uitzien. De open grond biedt hier nest-gelegenheid voor bijen. maar deze worden alleen door zandbijen benut al er een straal van 200 - 300 m wilgen voorkomen in de zomer periode is hier te veel schaduw. (Arnhem, Sonsbeek 1995)
 
In zulke situaties komen meestal geen bijen voor
 
Begrazing zorg voor een open structuur. maar in deze situatie blijven er weinig bloemen voor wilde bijen over.