Gelaagdheid/verticale structuur 
In een bos kunnen afhankelijk van de bodem, de dominerende boomsoorten, het actuele beheer en de historie van het beheer verschillende vegetatielagen worden onderscheiden: boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag en schimmellaag. Bij het middenbos (Eiken-haagbeukenbos als hakhout beheerd) zijn de bovengrondse lagen goed ontwikkeld, Bij het berken-eikenbos en eiken-beukenbos is er bovengronds vaak slechts één laag te onderscheiden, maar ook de schimmellaag is zeer goed ontwikkeld en vaak zeer divers. De verticale structuur kan grote invloed hebben op de biodiversiteit en de belevingswaarde.
Een beukenbos - In dit bos komen twee lagen voor: een boomlaag en een schimmellaag. Voor een struik- en kruidlaag is te donker en een moslaag wordt hier verhinderd door een dikke laag blad. Voor bijen is het een van de armste bostypen.
Bij een bossen kunnen vijf structuurlagen voorkomen. Met uitzondering van de schimmellaag kunnen de lagen van betekenis zijn voor bijen.
Boomlaag -- De begroeiing die door opgaande bomen (min. 6m hoog) wordt bepaald.
Struiklaag -- De begroeiing die door struiken wordt bepaald.
Kruidlaag -- De begroeiing die door kruiden wordt bepaald.
Moslaag -- De vegetatie die door mossen wordt bepaald.
Schimmellaag -- Het mycelium levend in de bodem in het strooisel. (als paddestoelen zichtbaar)
Bodembedekkers -- Bodembedekkende soorten worden vaak gebruikt voor het beteugelen van ongewenste kruiden, maar kunnen ook spontaan tot dominantie komen. Bodembedekkers spelen alleen een rol in sterk cultuurlijke beplantingen , die meestal in de directe woonomgeving zijn aangelegd. Voor de belevingswaarde kunnen ze van grote betekenis zijn.
Horizontale structuur/bosranden
Onder natuurlijke omstandigheden hebben bosranden vaak in horizontale richting een gedifferentieerde structuur. Dat wil zeggen dat er een mantel en zoom te onderscheiden is. Deze structuur komt ondermeer tot stand door klimatologische invloeden (bijvoorbeeld zeewind), begrazing, beheerinvloeden en bosbranden. In het cultuurlandschap en bij productiebossen ontbreken mantel en zoom meestal. Mantel en zoom zijn als leefgebied voor de fauna van zeer grote betekenis. Gedifferentieerde bosranden kunnen een hoge belevingswaarde hebben.
Bos en beplantingskern -- De binnenkant van een opgaand bos bestaat uit opgaande bomen. In stedelijke beplantingen wordt dat ook wel de kern genoemd.
Mantel / bosrand -- Een mantel is een struik- of struweelachtige begroeiing langs de rand van een bos. Deze kan zo dicht zijn dat ze ondoordringbaar is voor mensen en grotere dieren. Veel landschappelijke en stedelijke beplantingen (bijvoorbeeld doornhagen en struikbeplantingen) zijn hiervan afgeleid. De mantel kan door de wind of door begrazing strak geschoren zijn of al dan niet onder invloed van begrazing los en onregelmatig. 7
Zoom -- De zoom is de ruige, kruidachtige begroeiing aan de buitenkant van de mantel of direct aansluitend aan het bos of struweel. Aan de buitenkant grenst de zoom gewoonlijk aan gras, maar in natte milieus kan de mantel of zoom van het bos aan open water grenzen.
 
Productiebossen zijn na één of meer dunningen zeer doorzichtig. Het kan echter nog enkele decennia duren voordat het aanzien van dit bosgedeelte ook inspirerend is. Wilde bijen komen hier niet of nauwelijks voor.(Bij Elst, Utrechse Heuvelrug 1992. In dit larixbos is alleen sprake van een boomlaag.
 
Halfnatuurlijk/halfcultuurlijk -- Dit is een productiebos met grove den met twee lagen. Het is aangeplant en al een paar keer gedund. De frequentie van ingrijpen is zo gering dat er een natuurlijke onderbegroeiing van blauwe bosbes tot stand kon komen, dat is een proces dat decennia kan duren. De onderbegroeiing is vrijwel natuurlijk. Door het aanplanten van bomen zijn hier voorwaarden voor geschapen. Maar de menselijke sturing is hier wel duidelijk zichtbaar. De bosbessen worden hier alleen door honingbijen, hommels en zandbijen bezocht. De zandbijen nestelen meestal aan de randen van de paden. Meestal zijn er ook wespbijen aanwezig.
 
Natuurlijkheid: van cultuurlijk naar natuurlijk -- Het bosje in dit park is zeer cultuurlijk aangelegd. Vrijwel alle soorten zijn aangeplant of ingezaaid en er is jarenlang gewied. In de loop der jaren is de beheerfrequentie afgenomen en zien we dat er een bosmilieu is ontstaan. Er zijn nu vier lagen aabwezig: een boomlaag, een struiklaag, een kruidlaag en een moslaag die volledig natuurlijk is. (Amstelveen, Heempark de Braak 1994). Op deze plek vliegen alleen enkel voorjaarsbijen. De bodem is zeer venig en minder geschikt als nestplaats voor wilde bijen.
 
Verticale structuur -- Op deze foto zijn drie lagen zichtbaar: de boomlaag, struiklaag en kruidlaag. Met uitzondering van de schimmellaag kunnen er onder de boomlaag een of meer lagen ontbreken. Op voedselarme zure zandgrond ontbreken onder beuken vaak alle lagen.Vaak is er alleen plaatselijk een moslaag aanwezig en in de herfst maken paddenstoelen de schimmellaag zichtbaar. Op zulke plekken zijn vooral in de voorjaar wilde bijen aanwezig. Meestal voornamelijk zandbijen en wespbijen.