Lianen en klimplanten
Lianen en klimplanten zijn planten met slappe, klimmende of windende stengels die in hoofdzaak via bomen en struiken naar het licht toe groeien. Dit zijn onder meer hop, wilde kamperfoelie, bosrank, heggenrank en klimop.
Bij klimop is de groeivorm sterk afhankelijk van de vruchtbaarheid van de bodem. Op arme grond blijft klimop bodembedekkend, op voedselrijke grond groeit klimop tot in de toppen van bomen en kan bij vrijstaande bomen een soort groenblijvende kruin vormen.
Nazomerbeeld bosrank -- Alleen aan de buitenkant van het bos komen lianen zo tot ontwikkeling. Ze bedekken met lange sluiers de bosrand en roepen vaak mysterieuze beelden op. Door honingbijen wordt bosrank druk bezocht(Gulpen 1997)
 
In volwassen bomen kan klimop heel goed groeien een eeb belangrijke bijdrage leveren aan de voedselvoorziening voor bijen.
 
Als kimop te snel wordt aan geplant of zich spontaan vestig, kan de klimop snellet gaan groeien dan de bomen. Bij harde wind of een dikpak sneeuw kunnen ze dan afbreken of omwaaien.
 
Hop -- Sinds de tweede helft van de jaren tachtig komen lianen steeds vaker in het openbaar groen voor. Lage beplantingen kunnen ze volledig overgroeien. Een soort als hop kan zich daarbij snel uitbreiden. Hop is geen geweldige drachtplantm, maar bloeit wel in een periode dat er weinig stuifmeel is. In tijden van schaarste wordt hij door honingbijen bezocht.