Horizontale structuur bosranden en beplantingen
Onder natuurlijke omstandigheden hebben bosranden vaak in horizontale richting een gedifferentieerde structuur. Dat wil zeggen dat er een mantel en zoom te onderscheiden is. Deze structuur komt ondermeer tot stand door klimatologische invloeden (bijvoorbeeld zeewind), begrazing, beheerinvloeden en bosbranden. In het cultuurlandschap en bij productiebossen ontbreken mantel en zoom meestal. Mantel en zoom zijn als leefgebied voor de fauna van zeer grote betekenis. Gedifferentieerde bosranden kunnen een hoge belevingswaarde hebben.
Een bosrand met een door de zeewind strak geschoren rand (Texlel 2000-2012)
 
Bos en beplantingskern -- De binnenkant van een opgaand bos bestaat uit opgaande bomen. In stedelijke beplantingen wordt dat ook wel de kern genoemd.
Mantel / bosrand -- Een mantel is een struik- of struweelachtige begroeiing langs de rand van een bos. Deze kan zo dicht zijn dat ze ondoordringbaar is voor mensen en grotere dieren. Veel landschappelijke en stedelijke beplantingen (bijvoorbeeld doornhagen en struikbeplantingen) zijn hiervan afgeleid. De mantel kan door de wind of door begrazing strak geschoren zijn of al dan niet onder invloed van begrazing los en onregelmatig.
 
Mantels en randen
Een mantel is een struik- of struweelachtige begroeiing langs de rand van een bos. Veel landschappelijke en stedelijke beplantingen (bijvoorbeeld doornhagen) zijn hiervan afgeleid. De structuur van mantels en bosranden is van betekenis voor de fauna. Onregelmatige structuren met inhammen bieden luwte en aan de zonkant extra warmte voor veel soorten insecten. Een grillige rand straalt bovendien meer natuurlijkheid uit. Bossen en beplantingen kunnen uiteraard ook een open rand hebben. Voor de beleving kunnen randen van houtige begroeiingen van grote betekenis zijn.
 
Globaal karakteristieken mantels en randen
Vrij uitgroeiend -- Bosranden kunnen zich lange tijd (15 - 25 jaar) zonder beheer ontwikkelen. Ze vertonen een struweelachtig beeld. De randen zijn dan onregelmatig.
Strak en dicht -- Komt onder normale omstandigheden alleen bij scheerheggen (te zien als een afgeleide van een begraasde bosrand) voor. Door deze dichte structuur vormen ze een goede nestgelegenheid voor vogels en bieden vogels bovendien bescherming tegen katten en roofvogels.
Los en vrij regelmatig -- Als een losse heg of een singel met min of meer vrij uitgroeiende struiken. Per struik is de rand onregelmatig gesnoeid, maar voor de totale beplanting tamelijk uniform.
Los en vrij regelmatig -- Als een losse heg of een singel met min of meer vrij uitgroeiende struiken. Per struik is de rand onregelmatig gesnoeid, maar voor de totale beplanting tamelijk uniform.
Los en onregelmatig (gesnoeid) en met inhammen -- Voor een inham zijn geen duidelijke maten te geven. De zon moet er het grootste deel van de dag kunnen schijnen en de wind moet worden getemperd. Voor beplantingen die breed genoeg zijn, is de minimale diepte 3 meter en de minimale lengte 6 meter. Dat is de ruimte, die een halve uitgegroeide struik inneemt. Waar de ruimte het toelaat is het dubbel aan te bevelen.
 
Een geschoren singel -- Veel wegbegeleidende beplantingen die in de jaren 70 waren aangelegd werden na 1980 vaak met de vingerbalk als heg geschoren. Zoals deze beplantingstrook die varieert van enkele meters tot ca 8 meter. Alleen de bomen steken er nog boven uit; zowel ecologisch als esthetisch stellen deze beplantingen nog weinig voor.
 
Een holle beplanting -- Geschoren beplantingen zijn zo donker dat er geen kruiden kunnen groeien. Voor de fauna hebben zulke beplantingen een zeer beperkte betekenis. Eind jaren tachtig begin jaren negentig werden onder invloed van een ecologisch gezinde politiek in veel gemeenten deze beplantingen omgevormd, zodat er meer ruimte ontstond voor natuurlijke ontwikkeling. Dat gebeurde in veel gemeenten.
 
Verticale structuur -- Op deze foto zijn drie lagen zichtbaar: de boomlaag, struiklaag en kruidlaag. Met uitzondering van de schimmellaag kunnen er onder de boomlaag een of meer lagen ontbreken. Op voedselarme zure zandgrond ontbreken onder beuken vaak alle lagen.Vaak is er alleen plaatselijk een moslaag aanwezig en in de herfst maken paddenstoelen de schimmellaag zichtbaar. Op zulke plekken zijn vooral in de voorjaar wilde bijen aanwezig. Meestal voornamelijk zandbijen en wespbijen.
 
Randen los met inhammen -- Deze beplanting met meidoorn uit de jaren zeventig was gesloten tot aan de rand van het fietspad. Met betrekking tot belevingswaarde, beheer en veiligheid was deze beplanting (zeer karakteristiek voor deze tijd) verre van optimaal. Hier is de eerste rij struiken verwijderd en er is gedund. De planten kunnen op een meer natuurlijke wijze uitgroeien. De situatie is in alle opzichten verbeterd. Door de inhammen die zijn ontstaan is het ook goed voor warmte minnende insecten waaronder wilde bijen. (Zutphen 1995)
 
Inhammen kunnen op allerlei manieren begroeid raken. Deze is ten dele weer dicht gegroeid. De resterende plek wordt hier druk door insecten bezocht. Vooral door wilde bijen en dagvlinders. (Nijmegen1998)
 
Rand los met inhammen met bramen -- Open plekken raak vaak begroeid met bramen als ze volledig met rust worden gelaten. Zolang dat tot deze omvang beperkt blijft is dat geen probleem. Verschillende soorten bramen die hier zouden kunnen groeien, maken meters lange ranken die de doorgang kunnen belemmeren. (Leusden 1996)
 
Bos met open rand buurtbos -- Langs deze brede parkstrook is de rand van de beplanting vrijwel open. De rand ligt aan de noordkant en is beschaduwd door een rij bomen. De groei wordt daardoor enigszins getemperd. Het voordeel van deze openheid is dat voorbijgangers in deze bosachtige beplanting kunnen kijken. Een open rand komt de ruimtelijke beleving van deze beplanting ten goede. Omdat het ook vrij overzichtelijk is vergroot het ook het gevoel van sociale veiligheid. (Amsterdam-Noord, Baanakkerspark 1997)
 
Randen los en ingezaaid -- Deze vrij smalle afscheidingsbeplanting kwam aanvankelijk tot over het fietspad. De struiken zijn teruggezet en enkele bosrandsoorten zijn ingezaaid. Door vergrassing zullen deze grotendeels verdwijnen. (Zutphen 1995)
 
Zoom met wilgenroosje -- Als er niet wordt gegraasd of gemaaid ontstaan er meestal zomen. Deze singel op de grens van twee percelen grond is spontaan ontstaan. De eigenaar van het terrein heeft over een breedte van 3 tot 4 meter niet gemaaid. Deze ruim 2 meter brede zoom is het resultaat (Lutte1999). Ook in 2006 was deze zoom als beeld nog zo aanwezig, maar was toen meer met bramen doorweven. Zonder beheer kunnen zomen meer dan 10 jaar standhouden, maar op den duur veranderen ze in struweel- en mantelachtige begroeiingen.