Beplantingen met klimop als bodembedekker
Omschrijving

Klimop kan in gesloten beplantingen zowel s zomers als s winter zeer fraaie beelden opleveren. Deze beplanting blijft behalve bij zeer extreme klimatologische omstandigheden, zoals zeer droog of zeer koud, het hele jaar door groen. Als klimop in oude bomen groeit, kan dit schitterende beelden opleveren. Klimop komt dan vaak tot bloei (okt-nov). Voor laatvliegende insecten en honingbijen is het een belangrijke voedselplant. Bij mensen bestaat de vrees dat klimop nadelig is voor bomen. Dit is slechts gedeeltelijk waar. Bomen die in slechte conditie verkeren, en meer wind vangen doordat ze met klimop zijn begroeid, kunnen bij stormachtige wind eerder omwaaien. Dit levert alleen een probleem op aan de openbare weg en langs paden in een park. Er is tot op heden geen enkele aanwijzing dat klimop gezonde, oudere bomen benadeelt. Voor jonge en kwijnende bomen is dat anders. Die kunnen onder het gewicht van klimop sterk gaan overhangen en op den duur afbreken. In struikbegroeiingen waarin klimop is, aangeplant, groeit klimop vaak boven de struiken uit. Als de struiken iets harder groeien dan klimop, kunnen ze echter nog jaren vitaal blijven. Vooral op voedselrijke grond kunnen struiken vrij snel door klimop worden overgroeid. Als bodembedekker heeft klimop voor bijen geen betekenis. Op deze pagina gaat het om essen-iepenbosachtige beplantingen. Aanleg

Terugdringen van klimop
In bossen met een floristisch interessante vegetatie kan klimop een floristische ramp betekenen. Veel planten worden door klimop verstikt. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de hellingbossen van Zuid-Limburg. Als klimop ergens wordt aangeplant dient men, meer dan bij andere planten, stil te staan bij de gevolgen voor het beheer. In jonge beplantingen moet klimop de eerste tien jaar niet gaan klimmen. Dat betekent dat in de winter de jonge ranken doorgeknipt moeten worden, als ze de neiging hebben om te gaan klimmen. Als dit jaarlijks gebeurt, is dat esthetisch verantwoord. Als het gebeurt als de klimop al dik in de jonge bomen zit, levert dat afschuwelijke beelden op. In oudere beplantingen (5-20 jaar) waar geen bijzondere voorjaarsplanten voorkomen kan klimop zonder problemen worden geïntroduceerd. In principe kan klimop direct worden aangeplant, maar dit vraagt wel om extra beheer en vermoedelijk om het jaar snoeien van klimop. Als de beplanting ouder is geworden dan 15-20 jaar kan snoeien achterwege blijven.
Klimop is dus een plant met positieve en negatieve effecten voor de natuur. In veel beplantingen kan klimop een positieve bijdrage leveren, niet alleen door het beeld te verfraaien, maar ook door zijn bijdrage aan verschillende leefmilieus voor dieren. Insecten, muizen, vogels en padden kunnen in hun strijd voor het bestaan profijt hebben van klimop.
 
Foto's
Gebruik klimop algemeen -- Vanaf 1980 is klimop te pas en te onpas gebruikt als bodembedekker. Meestal ter onderdrukking van ongewenste kruiden of als plaatsvervangend groen bij omvorming van gras en heestervakken. Wat hierbij steeds over het hoofd werd gezien is, dat klimop een bosplant is van de voedselrijkere bodems. De mislukkingen waren talloos.
 
Gebruik klimop algemeen -- Vanaf 1980 is klimop te pas en te onpas gebruikt als bodembedekker. Meestal ter onderdrukking van ongewenste kruiden of als plaatsvervangend groen bij omvorming van gras en heestervakken. Wat hierbij steeds over het hoofd werd gezien is, dat klimop een bosplant is van de voedselrijkere bodems. De mislukkingen waren talloos.
 
Wijkgroen op arme grond -- Op deze plek doet klim op bijna niets. De grond is hier te voedselarm en te zuur op goed te kunnen groeien. Op deze plek klimt de plant niet. (Leusden 1996)
 
Wijkgroen op rijkere grond -- Op niet te arme bodem, op beschaduwde en halfbeschaduwde plekken die niet onderhevig zijn aan allerlei soorten storing kan klimop goed groeien en enigszins voldoen aan de verwachtingen die aan deze plant zijn gesteld. Houtige opslag wordt niet door klimop tegengehouden en naarmate re meer licht is zal klimop harder moeten concurreren met andere planten. (Leusden 1996)
 
Vruchten van klimop ontwikkelen zich uitsluitend op meerjarig hout van oudere planten.
 
Bosplantsoen met klimop -- Vooral bij rijp kan klimop als bodembedekker voor mooie contrasten zorgen.
 
 
Aanleg en beheerschema gesloten beplantingen met bodembedekkende klimop
Plantafst. 1e jaar 2e jaar 3e jaar 4-5e j 5-6e j 6-7e j 7-8e j 8-9e j 9-10e j
1,5-2,0m IS SW/SM (Sn 3e j) ID +R R R+SD R ontwik; SW; SM, IKl
2,0-3,0m     SW/SM ID +R R R+SD R Ontwik; SW; SM ,IKl
SW = Selectief schoffelen, wieden of uitsteken van ongewenste soorten
ID = integraal dunnen
SD = Selectief dunnen iedere 2 of drie jaar nalopen
Sn = Snoeien
R = Randenbeheer storingssoorten d.m.v. uitmaaien, wieden schoffelen = Introduceren klimop SM = Selectief uitmaaien
Ontwijk = ontwikkelingsbeheer en onderhoud
Plantafstanden in het algemeen
a. Beheer kan optimaal worden afgestemd op de ontwikkeling van de beplantingen en kruidlaag. Plantafstand in principe niet belangrijk. In verband met storing van de bodem minimaal 1,0 x 1,0 m.
b. Een stinzenachtige kruidlaag is op korte termijn (10-15 jaar) gewenst Plantafstand 1,25 x 1,25 m tot 1,5 x 1,5 m.
c. Een grazige, een heterogene of een ruige, zich van nature ontwikkelende kruidlaag is gewenst. Plantafstand 1,5 x 1,5 m tot 2,0 x2,0 m.
d. Beplantingsbeeld is op vrij korte termijn gewenst, maar er moet ook meer ruimte zijn voor natuurlijke ontwikkeling. Plantafstand 2.0 x 2,0 tot 3,0 x 3,0 m of meer. Eventueel met onregelmatige plantafstanden.
e. Gevarieerde plantafstanden. Pleksgewijs 1,25-1,25 tot 3,0 x 3,0 m .
f. Open struweelbeplanting is gewenst Groepsgewijs aanplanten met plantafstanden 2,0 x 2,0 m met minimale tussenruimte tussen de groepen van 10 tot 15 m
g. Een bepaald beplantingsbeeld is gewenst, maar moet zelf regulerend zijn. Uitval is geen probleem en natuurlijke ontwikkeling wordt zeer op prijs gesteld. Plantafstand struiken 3-8 m, bomen 8 tot 10 m. Eventueel combineren met pleksgewijs gevarieerd aanplanten. Ontwikkeling zal te vergelijken zijn met braakliggende terreinen.