script language="Javascript1.2">
Berkenbroekbossen/ berken-elzenbroek
Berkenbossen die voornamelijk door regenwater worden gevoed. Bij ontwatering treedt mineralisatie op waardoor het veen veraardt en zomereik zich kan vestigen. Zachte berk loopt dan sterk terug. Kenmerkend voor berkenbroekbos zijn veenmossen. In berkenbroekbos komen in het algemeen weinig drachtplanten voor. Het ligt vaak wel in een omgeving waar drachtplanten massaal kunnen voorkomen (wilgenbroekstruwelen en droge en natte heiden). Berkenbroekbos komt in de oostelijke helft van het land in hoofdzaak voor in hoogveengebieden (restanten daarvan) en natte venige plekken in heidegebieden. In de westelijke helft vooral in laagveen gebieden.
 
Kenmerken berkenbroekbos
Bodem
Nat; zomer-peil tot 60cm onder maaiveld
Voedselarm Hoogveen, laagveen, venige, zandige en lemige bodems; veen, podzol, eerdgronden pH2-4,5 Strooisel
* Houtige drachtplanten
Bomen - hoofdhoutsoorten: zachte berk.
Begeleidende soorten: Op niet te zure bodems: zwarte els, ruwe berk, zomereik en grove den.
Struiken - Nectar en stuifmeelplanten: wilde gagel, geoorde wilg*, grauwe wilg*, kruipwilg*, rijsbes*, sporkehout*, wilde lijsterbes*.
Lianen - wilde kamperfoelie*.
Kruidlaag - nectar en stuifmeelplanten: bitterzoet, gewone dophei, blauwe bosbes, grote wederik, kale jonker, rankende helmbloem, rode bosbes, struikhei, wateraardbei.
Geen bijenplanten: vooral veenmossen; verder onder meer: eenarig wollegras, brede stekelvaren, gewone waternavel, hennengras, melkeppe, moerasstruisgras, koningsvaren, moerasvaren, moerasviooltje, pijpenstrootje, smalle stekelvaren en wijfjesvaren.
Opmerking toepassing: Dit bostype is niet aan te leggen. Het kan dienen als inspiratiebron voor kleinschalige beplantingen in heem- en natuurtuinen, en voor natte plaatsen waar natuurontwikkeling plaatsvindt en door regenwater worden gevoed. Ze mogen dan niet in contact staan met gebiedsvreemd water, er mag geen toevoer zijn van nutriënten en iedere vorm van mechanische storing moet worden voorkomen. Is alleen door natuur-technische aanleg te stimuleren. Van de Werf (1991) p. 60 verwijst naar zeer jonge voorbeelden.
Berkenbroekbos -- Het Korenburgerveen is een restant van een uitgestrekt moerasgebied dat vanaf de Middeleeuwen tot in de twintigste eeuw voor turfwinning werd gebruikt. De meeste veengebieden zijn daarvoor ontwaterd. Later eiste ook de intensieve landbouw zijn tol. Het bosje op deze foto is een restant. Pijpenstrootje en eenarig wollegras zijn karakteristiek voor dit bostype.
 
Eenarig wollengras in een berkenbroekbos (Het Korenburgerveen, 2007)