script language="Javascript1.2">
Brem-, braamstruwelen en vegetaties met gaspeldoorn
Vegetaties die meestal tot ca. 2 meter hoogte beperkt blijven. Individuele bomen die in deze vegetaties voorkomen kunnen aanmerkelijk hoger worden. Bramen houden het midden tussen houtige en kruidachtige planten. De tot meer dan 4 meter lange stengels bloeien meestal in het tweede jaar en sterven daarna af. Bramen kunnen uitgestrekte en ondoordringbare vegetaties vormen. Spoorbermen kunnen er over kilometers lengte mee begroeid zijn. Bramen komen in vrijwel alle milieus voor.
Brem kan ook zeer grote vegetaties vormen, maar vegetaties die meer dan een hectare in beslag nemen zijn zeldzaam. Uitgestrekte bremstruwelen (langer dan 100 meter) kwamen vooral in de tachtiger jaren geregeld langs spoorwegen voor. Struwelen met gaspeldoorn zijn slechts van enkele plekken bekend.
 
 
Kenmerken brem-, braamstruwelen en vegetaties met gaspeldoorn
Bodem: droog tot vochthoudend.
Arm-schraal
Leemhoudend zand-loss; o.m. bodemvaag Zuur-zwakzuur
(pH ca.4-5,5)
Weinig strooisel
* Houtige drachtplanten
Bomen: ruwe berk, wilde lijsterbes*, wintereik.
Struiken:brem*, gaspeldoorn, sporkenhout*, Amerikaans krentenboompje*, zwarte bramen*.
Lianen: wilde kamperfoelie
Kruiden - nectar en stuifmeelplanten: Grenzen vaak aan die van droge zure, voedselarme tot schrale, kalkarme bodems. o.m. Bochtig havikskruid, stijfhavikskruid, struikhei
De struwelen grenzen vaak aan die van droge zure, voedselarme tot schrale, kalkarme bodems. o.m. bochtig havikskruid, boskruiskruid
 
Toepassing
Brem en gaspeldoorn vallen vooral op door hun opvallende gele kleur en in zachte winters blijft brem groen. Brem en braam komen vaak samen in struwelen voor. Naar de nadruk wordt hier gelegd op brem. Braam kan zich langdurig en zeer hardnekkig in stand houden, Brem kan het met wisselende vitaliteit enkele decennia als struweel volhouden; bevriest en brand af, maar komt dan weer terug. Gaspeldoorn kan het decennia lang op een plek volhouden, maar kan ook lang afwezig zijn. Voor meer details zie foto's brem- en braamstruwelen.
Brem is net als veel andere soorten van bos en struweel een zeer belangrijke plant voor hommels en honingbijen. Omdat hij weinig wordt toegepast, verdient hij extra aandacht. Brem komt het meest voor toepassing in aanmerking. De soort kan gemakkelijk worden aangeplant, maar is het kansrijkst op plekken waar die zich door middel van zaad kan vermeerderen. Dat zijn meestal open grazige vegetaties of vegetaties met struikhei. Toepassing in combinatie het andere kruidachtige planten is veel meer dan bij bosvegetaties een kwestie van experimenteren. In tuinen kan deze soort met alle mogelijke planten van voedselarme to matig voedselrijke bodem worden gecombineerd. Zwarte bramen zijn planten die in allerlei milieus voor komen. Op veel plaatsen meer dan gewenst is. De introductie van bramen is daarom meestal overbodig.
 
Foto's
Brem in de hei -- Brem groeit net als struikhei op droge zure grond (Rhenen, zandgroeve Kwintelooijen 1995)
Brem in zandafgraving -- Op open leemhoudende bodem kan brem als pioniervegetatie aspectbepalend zijn. (Rhenen, zandgroeve Kwintelooijen 1995)
Brem op een spoordijk - Vooral in de periode 1970-1990 kwamen omvangrijke bremstruwelen geregeld op spoorwegtaluds voor. (Wolfheze 1995)
Brem in spoorberm -- Langs spoorwegen kan brem lange lintvormige vegetaties vormen. (De Haar 1992)
Brem in Kanaalberm -- Kanaalbermen met zure zandige bodem vormen een goed milieu voor brem. (Beilervaart, omgeving Beilen 1989)
Brem in openbaar groen -- Brem heeft zich hier ontwikkeld in een parkachtige brede berm. Voor zijn ontkieming heeft brem enigszins open grond nodig. (Zeist 1996)
Gaspeldoorn in wegbermtalud -- Dit gaspeldoornstruweel langs het Hazenpad bij Ede is al 30 tot 40 jaar oud. De plant groeit hier op heischrale grond. (Ede, A12 1994)
aspeldoorn op spoorwegtalud -- Gaspeldoorn is een typische zonplant. Ontbreek hier op het Noorden geëxponeerde talud volledig en groeit hier eveneens op heischrale bodem heel vaak samen met struikhei. Dit fenomeen is ook op de Posbank bij Rheden goed te zien. (Ede 1995)
Gaspeldoorn langs bosrand -- Gaspeldoorn manifesteert zich hier als bosrandplant. (Ede, De Sijsselt 1995; deze rand grenst aan het spoorwegterrein van de van de vorige foto)
Braamstruweel -- In Nederland komen vele tientallen soorten bramen voor. Vooral de grotere soorten kunnen uitgroeien tot struwelen van enkele meters hoog. Faunistisch zijn het belangrijke elementen en het plukken van bramen is een geliefde bezigheid. Maar in het openbaar groen en vooral op spoorwegen kunnen ze problemen veroorzaken doordat ze paden kunnen versperren. (Zoetermeer, Westerpark 1996)