script language="Javascript1.2">
Vogelkers-essenbos
Structuurrijk hoogopgaand loofbos met een goed ontwikkelde struiklaag. Bestaat vaak uit doorgeschoten hakhout. De kruidlaag is meestal ruig. Op plekken die geschikt zijn voor dit bostype is vaak Canadese populier aangeplant. Komt voor in de vlakke delen van de beekdalen, staat onder invloed van kwelwater en overstroming. Door sedimentatie en ondergrondse waterstroming vindt een versnelling van nutriëntenkringloop plaats.
 
 
 
Kenmerken vogelkers-essenbos

Bodem Vochtig voorjaarspeil 40-50cm; zomerpeil 50-150cm; zijwaartse waterstroom
Voedselrijk

Lemige (lemig zand, keileem) en kleiige (beekklei) bodem; eerdgronden, vaaggronden pH 6-7 Humusrijk
* Houtige drachtplanten
Bomen - hoofdhoutsoorten: zwarte els, gewone es, zomereik.
Begeleidende soorten: beuk, gewone esdoorn*, zachte berk, zoete kers*. (winterlinde* en zomerlinde*)
Struiken - nectar en stuifmeelplanten: hazelaar* komt gewoonlijk het meeste voor; verder aalbes*, eenstijlige meidoorn*, framboos*, Gelderse roos*, gewone vlier, kruisbes*, rode kornoelje*, sporkehout*, taxus*, tweestijlige meidoorn*, vogelkers*, wilde kardinaalsmuts*, wilde lijsterbes*, zwarte bes*. Op zomerdroge/-vochtige plaatsen: sleedoorn*. Vaak bramen*.
Lianen: hop, klimop*, wilde kamperfoelie*.
Kruidlaag nectar- en stuifmeelplanten: min of meer kenmerkende, maar zeldzame soorten zijn: groot springzaad, knikkend nagelkruid, witte rapunzel, zwarte rapunzel. --- Overige soorten: akkerkool, bergbasterdwederik, bleeksporig bosviooltje, bosandoorn, bosanemoon, bosveldkers, bosvergeet-mij-nietje, dagkoekoeksbloem, echte valeriaan, geel nagelkruid, gele dovenetel, gele lis, gewone berenklauw, gewone engelwortel, gewone hennepnetel, gewone salomonszegel, gewone smeerwortel, grote muur, grote wederik, groot heksenkruid, hondsdraf, klein springzaad, knikkend nagelkruid, knopig helmkruid, kruipende boterbloem, kruipend zenegroen, look zonder look, moerasspirea, muskuskruid,muursla, penningkruid, pinksterbloem, robertskruid, slanke sleutelbloem, speenkruid, zevenblad.
Geen bijenplanten: bosmuur, dalkruid, drienerfmuur, gevlekte aronskelk, grote brandnetel, gulden boterbloem, kleefkruid, kropaar, rietgras, ruw beemdgras, ruwe smele, schaduwgras, smalle beukvaren (zeer zeldzaam), witte klaverzuring, wijfjesvaren, ijle zegge.
Toepassingen: op alle bodems die aan de milieueisen voldoen. Bijzonder geschikt langs waterpartijen die af en toe overstromen; onder meer stadsvijvers, retentiebekkens en wadies.
Foto's
Ontwikkeling vogelkers-essenbos -- Deze plek was oorspronkelijk met schietwilg beplant. Het lijkt zich op het moment van de opname naar een vogelkers-essenbos te ontwikkelen, maar het heeft ook kenmerken van het elzenbroekbos. Veel beplantingen en plekken in bossen kunnen beide kenmerken vertonen. Dit kan door storing zijn, maar er kan ook sprake zijn van een overgangsmilieu. (Geldrop 1996)
 
Vogelkers-essenbos met doorgeschoten hakhout -- Hier is goed te zien dat dit oorspronkelijk essenhakhout was. Door het staken van de exploitatie is het sterk doorgeschoten. (Middachten 2008)
 
Groot springzaad is karakteristiek voor het vogelkers-essenbos (Bekendelle, Boven-Slinge 2006).
 
Detail vegetatie Groot springzaad is hier dominant.
 
Gulden boterbloem is kenmerkend voor het essen-Iepenbos