script language="Javascript1.2">
Elzenbroekbos----
Elzenbroekbos groeit langs allerlei zoete wateren, in laagveenmoerassen en op allerlei natte plekken die met basenrijk grondwater (kwel) worden gevoed. Meestal is er sprake van stagnerend water of/en van kwel. Het grondwater zakt in de zomer niet dieper dan tot 60 cm beneden het maaiveld. Door zuurstofgebrek in de bodem treedt veenvorming op. Deze veenlaag is niet dikker dan 1 meter. Elzenbroekbossen zijn kenmerkend voor veenbodems en zijn het meest aan te treffen in laagveengebieden waar ze een hoogte tot ruim 10 meter kunnen bereiken. In de natte delen van de beekdalen kunnen ze 15 tot 20 m hoog uitgroeien. In de kruidlaag komen gewoonlijk geen echte bosplanten voor. De kruidlaag wordt gevormd door soorten van de natte vegetaties, dus van moerassen en rietlanden.
Kenmerken elzenbroekbos --- Elzen-eikenbos --- Els en koningsvaren --- Ruigt-Elzenbos
Beheer --- Overzicht voornaamste drachtplanten en wilde bijen
 
------
Kenmerken elzenbroekbos Terug

Bodem: nat tot zeer vochtig; in de winter vaak blank; zomerpeil tot 60cm diep Voedselrijk

Veen, laagveen, venig, zand, zandig veen; moerig grond, eerdgronden, vlietveengrond. Vaak op kwelplekken pH3,5-6,0; in water tot 7 Hoog organisch stofgehalte
Bomen - hoofdhoutsoorten: zwarte els.
* Houtige drachtplanten

Begeleidende soorten: zachte berk, gewone es, zomereik.

Struiken: wilde gagel, Gelderse roos*, grauwe wilg*, geoorde wilg*, kruipwilg*, ruwe berk, ratelpopulier, sporkehout*, vogelkers*, wilde lijsterbes*, zwarte bes. Bij verdroging vaak gewone braam*.
hop, wilde kamperfoelie*.
Kruidlaag - bijenplanten: gele lis, dodderbloem, rondom deze beplanting vaak bloemrijke ruigte
Geen bijenplanten: Kenmerkende soorten -- elzenzegge, moerasvaren, kamvaren, moeraswederik, pluimzegge. bittere veldkers, blauw glidkruid, bosbies, brede stekelvaren, hennegras, hoge cyperzegge, ijle zegge, melkeppe, moeraswalstro, moeraszegge, oeverzegge, riet, rietgras, ruw beemdgras, ruwe smele, smalle stekelvaren, waterscheerling, waterviolier, wijfjesvaren .
Op te droge bodems wordt de kruidlaag meestal gedomineerd door grote brandnetel. Dit komt door het stikstofbindendvermogen van zwarte els. In verdikkingen van de wortels bevinden zich bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen binden. Door snelle mineralisatie van het stikstofrijke blad en elzenproppen wordt de bodem zeer vruchtbaar en gevoelig voor verruiging.
 
Betekenis voor wilde bijen

Een elzenbroekbos dat geïsoleerd in het landschap ligt of te ver van nestgelegenheid voor wilde bijen zal vaak alleen worden bezocht door honingbijen en hommels. Op plekken waar dit bostype binnen de actieradius ligt van wilde bijen is de kans groot dat het een habitat wordt voor wilde bijen. Op geschikte plekken in het stedelijke gebied, op plekken waar het kwelwater niet te diep in de bodem zit, kunnen elzenbroek struwelen  worden aangelegd; inclusief de kenmerkende overblijvende planten. In parken en recreatieterreinen zou dat mogelijk zijn. Maar ook in het buitengebied kan dit  type bos worden gerealiseerd. Bij deze aangelegde bosjes kan een grotere variatie van plantensoorten worden toegepast dan in de afzonderlijke plantengemeenschappen voorkomt. Deze beplanting moet dan als hakhout worden beheerd.

 
Foto's
Elzenbroekbos langs de Slinge -- Mooie voorbeelden van elzenbroekbos liggen onder meer in de Achterhoek. Dit broekbos heeft door de aanwezigheid van dood hout een zeer natuurlijke uitstraling. De grote plekken met dotterbloem wijzen op een sterke kwel. (Winterswijk 2000)
 
Zomerbeeld educatief elzenbroekbos -- Dit educatieve pad door een elzenbroekbos verhoogt ook de belevingswaarde. Niet zo zeer door de plantensoorten, maar veel meer door de totale vegetatiestructuur. De gebogen paden maken het enigszins mysterieus.
 
Elzenbroekbos en dotterbloem -- In het heempark van Schiedam is dotterbloem aangeplant en heeft zich daarna enkele decennia gehandhaafd. (Schiedam 1991). De grond was venig maar niet verzuurd. De planten stonden hier in de winter onder water. Door inklinking is dotterbloem uiteindelijk verdwenen. (Schiedam 1991).
 
Elzenbroek op kwelplek -- Een elzenbroekbosje groeit hier op een kwelplek; in dit geval is dotterbloem daar een indicator van. Bij het ontwerpen van parken, landgoederen en recreatieterreinen is het van groot belang kwelplekken en hoge grondwaterstanden goed te lokaliseren. Het zijn kansrijke plekken voor dergelijke typen beplantingen. (De Steeg, Middachten 1990)
 
Elzensingel met gele lis -- Deze elzensingel is ooit aangeplant en gele lis kwam hier spontaan. Zulke beplantingen zijn goed te ontwerpen en aan te leggen. (Breda 1995).
 
Elzenbosje met gele lis -- Op natte tot drassige plekken is deze beplanting gemakkelijk aan te leggen en te beheren. (Gouda 1996)
 
 
Varianten met Zwarte Elsen Terug
Elzen-eikenbos -- Afgeleid van elzen-eikenbos (van de Werf, 1991; Jager, 1994).
* Houtige drachtplanten
Bomen -Hoofdhoutsoorten: zomereik, zwarte els.
Begeleidende soorten -- Zachte berk, ruwe berk, gewone es.
Struiken: Wilde lijsterbes*, verder ratelpopulier, sporkehout*, (Gelderse roos*, grauwe wilg*, hazelaar*, hulst*).
Lianen wilde kamperfoelie
Kruiden - bijenplanten: Gele lis, grote wederik, kale jonker.
Geen bijenplanten: Brede stekelvaren, smalle stekelvaren (blauw glidkruid, moeraswalstro, ijle zegge).

Het gaat hier een om een overgang naar en droger bostype, dat niet meer tot het elzenbroekbos gerekend kan worden. Als dit ten gevolge van onnatuurlijke verdroging is, kunnen natuurtechnische maatregelen wellicht de ontwikkeling van elzenbroekbossen bevorderen.

 
 
Beplanting met els en koningsvaren (afgeleid van koningsvaren-elzenbroek (Van der Werf, 1991) Terug
Bodem: Vochtig tot nat. Voedselarm-schraal Venige bodem, ondiep veen op lemige ondergrond; vaaggronden, eerdgronden pH 4,0-5 Strooisel
* Houtige drachtplanten
Bomen - Hoofdhoutsoort: zwarte els.
Begeleidende soorten: op zure standplaatsen: zachte berk.
Struiken: grauwe wilg*, geoorde wilg*.
Lianen:Wilde kamperfoelie*
Kruiden: onder meer: egelboterbloem, gewone wederik, koningsvaren.

Deze vegetatie kwam in de jaren tachtig langs spoorwegen voor. Door ruig machinaal beheer is daar nog weinig van te herkennen. Deze vegetatie staat min of meer tussen elzenbroekbroekbos en wilgenbroektruweel in. Heeft daar veel soorten mee gemeenschappelijk. De combinatie is goed bruikbaar in parken, heem- en natuurtuinen, landgoederen en stedelijke beplantingen langs waterpartijen. Als ze niet te klein worden aangeplant kunnen koningsvarens tientallen jaren standhouden en uitgroeien tot majestueuze planten met een hoge belevingswaarde.

Beheer -- te zware schaduw voorkomen; hakhoutbeheer
 
 
Ruigt-Elzenbos Terug
* Houtige drachtplanten
Dit bostype wordt door Van de Werf (1991) tot de elzenbroekbossen gerekend, maar het past beter bij het vogelkers-elzenverbond (zie Stortelder et al. 1999 p.331). Uit praktische overweging wordt het op deze pagina genoemd.
Milieu: drogere en verdroogde veenbodems onder meer op koopveen, weideveen en drogere moerige gronden.
Soorten: iIs vooral gekenmerkt door soorten van het volgelkers-essen verbond.
Boomlaag: zwarte els, gewone es, schietwilg*.
Struiklaag: eenstijlige meidoorn*, grauwe wilg*, vogelkers*, Geldersroos*.
Kruidlaag: onder meer: fluitenkruid, dagkoekoeksbloem, hondsdraf, grote brandnetel (vaak dominant), kleefkruid.
Toepassing: elzenbroekbosjes en singels met zwarte els die bij stadsuitbreiding of bij de aanleg van recreatie terreinen worden geïntegreerd of worden aangeplant tonen vaak veel kenmerken van het ruigt-elzenbos. Bij zeer extensief beheer kan dat leiden tot sterke verruiging.
 

To

Beheer Terug
Natuurlijke elzenbroekbossen met een niet te kleine oppervlakte zijn zelfregulerende kleinschalige bosjes. Het instand houden en het ontwikkelen van dit bostype is alleen goed mogelijk bij een natuurlijke hoge grondwaterstand. Waar dat niet het geval is zou de oorspronkelijke grondwaterstand moeten worden hersteld. Op niet te moerassige bodems leent dit bostype zich goed voor hakhoutbeheer. Op plaatsen waar verschillende percelen van elzenbroekbos voorkomen, zou een gefaseerd hakhoutbeheer gevoerd kunnen worden. Door dat er verschillende vegetatiestructuren ontstaan, wordt de biodiversiteit bevorderd. Een verhoogde biodiversiteit kan bijdragen aan de recreatieve waarde van het gebied. Op natte en vochtige plekken is het vaak niet nodig om zwarte els aan te planten, vooral niet als er zaadbronnen in de buurt zijn. Als dat niet het geval is kan men zaad winnen en zelf uitzaaien.
Kruiden die de belevingswaarde kunnen vergroten zijn: bitterzoet, blauw kliskruid, brede stekelvaren, echte valeriaan, gele lis, gewone dotterbloem, gewone engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, hoge cyperzegge, ijle zegge, kale jonker, koningsvaren, melkeppe, moerasvaren, moeraswalstro, pluimzegge, riet, smalle stekelvaren, wateraardbei, waternavel, waterviolier en wijfjesvaren.
Opmerking kruiden
Op te droge bodems wordt de kruidlaag meestal gedomineerd door grote brandnetel. Dit komt door het stikstofbindendvermogen van zwarte els. In verdikkingen van de wortels bevinden zich bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen binden. Door snelle mineralisatie van het stikstofrijke blad en elzenproppen wordt de bodem zeer vruchtbaar en gevoelig voor verruiging.
 
 
Overzicht van de voornaamste drachtplanten en wilde bijen van Essen-iepenbos Terug
#: sterk gebonden aan de plant. Dat kan varieren van volledig afhankelijk zijn tot een sterk voorkeur hebben voor deze plant.
> nestelen boven de grond (stengels, dood hout, muren; vaak ook in nestblokken/bijenhotels)
Angelica sylvestris
Gewone engelwortel
zandbijen (Andrena nitida, A. minutula); groefbijen (lasioglossum)
> maskerbijen (>Hylaeus pectoralis, H. rink*; H. annularis)
Cardamine pratensis
Pinksterbloem

zandbijen (onder meer Andrena biolor, A. chrysosceles, A. cineraria, A.flavipes, A. minutula, A. nitida); groefbijen (Halictus confusus en lasiglossum)

Cirsium palustre
Kale jonker

maskerbijen (> Hylaeus onder meer H.pectorlis), zandbijen (Andrena)

Eupatorium cannabinum
Koninginnenkruid
breedband groefbij (Halictus scabiosae); maskerbijen (hylaeus pfankuchi)
Iris pseudacorus
Gele lis
alleen hommels
Lycopus europaeus
Wolfspoot

onder meer slobkousbij (Macropus europaea)

Lysimachia vulgaris
Grote wederik

slobkousbij (Macropus europaea #). groefbijen (Lasioglossum).

Lythrum salicaria

Grote kattenstaart

kattenstaartbij (Melitta nigricans #), bonte viltbij (Epeoloides coecutiens), tubebij (Stelis), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), Slobkousbij (Macropis europaeus)

Mentha aquatica
Watermunt

groefbijen (Lasioglossum/halictus); woekerbijen (Sphecodes)

Prunus padus
Vogelkers
zandbijen (onder meer Andrena fulva, A. cineraria, A. haemorrhoa, A. carantonica), wespbijen (Nomada), bloedbijen (Specodes)
Rhamnus frangula
Sporkehout (Vuilboom)

zandbijen (Andrena fulvida; A. helvola)

Ribes nigrum
Zwarte bes

roze metselbij (Osmia rufa*); zandbijen (Andrena fulva, A. nitida, A. haemorrhoa)

Salix aurita
Geoorde wilg

zandbijen (Andrena clarkella #, A. dorsata, A. haemorrhoa, A. nigoaenea, A. praecox #, A. tibialis, A. vaga#, A. ventralis #; grote zijdebij (Colletes cunicularus #)

Salix cinerea
Grauwe wilg

zandbijen (Andrena clarkella #, A. bicolor, A. cineraria, A. flavipes, A. dorsata, A. fulva, A. gravida, A. haemorrhoa, A. mitis # , A. aplicata #, A. praecox # ), A. ruficrus #, A. tibialis, A. vaga #, A. nitida, A. ventralis #, A. nigroaenea); grote zijdebij (Colletes cunicularus #); gehoornde mestelbij (Osmia cornuta*)

Salix repens
Kruipwilg

grote zijdebij (Colletes cunicularius #); zandbijen (Andrena vaga #, A. haemorrhoa, A. tibialis, A. bicolor); groefbijen (Halicus rubicundus, H. tumulorum)

Sorbus aucuparia
Gewone listerbes
vooral zandbijen (Andrena)
Stachys palustris >
Moerasandoorn

grote wolbij (Anthidium manicatum), andoornbij (Anthophora furcata*#)

Viburnum oppulus
Gelderse roos
zandbijen (onder meer Andrena haemorrhoa, A.nigroaenea, A. chrysosceles)
Overzicht alle wilde bijen
Andrena - Zandbijen  
Andrena clarkella Zwart-rosse zandbij
Andrena ruficrus Roodscheenzandbij
Andrena helvola Valse rozenzandbij
Andrena cineraria Asbij
Andrena haemorrharoa Roodgatje
Andrena gravida Weidebij
Andrena chrysosceles Goudpootzandbij
Andrena apicata Donkere wilgenzandbij
Andrena ventralis Roodbuikje
Andrena fulvida Sporkehoutzandbij
Andrena carantonica Meidoornzandbij
Andrena tibialis Grijze rimpelrug
Andrena fulva Vosje
Andrena praecox Vroege zandbij
Andrena bicolor Tweekleurige zandbij
Andrena nitida Viltvlekzandbij
Andrena nigroaenea Zwartbronzen zandbij
Andrena flavipes Grasbij
Andrena mitis Lichte wilgenzanbij
Andrena barbilabris Witbaardzandbij
Andrena minutula Gewone dwergzand
Andrena dorsata Wimperflankzandbij
Anthidium - wolbijen  
Anthidium manicatum Grote wolbij
Anthophora-sachembijen  
Anthophora furcata Andoornbij
Bombus - Hommels  
Bombus terrestris Aardhommel
Bombus pratorum Weidehommel
Bombus pasuorum Akkerhommel
Bombus lapidarius Steenhommel
Bombus hypnorum Boomhommel
Colletes - Zijdebijen  
Colletes cunicularis Grote zijdebij
Epeoloides Bonte viltbijen  
Epeoloides coecutiens Bonte viltbij
Halictus groefbijen Halictus groefbijen
Halictus scabiosae Breedbandgroefbij
Halictus confusus Heidebronsgroefbij
Halictus tumulorum Parkbronsgroefbij
Maskerbijen - Hylaeus  
Hylaeus rinki Rinks maskerbij
Hylaeus pfankuchii Moerasmaskerbij
Hylaeus pectoralis Rietsigaarbij
Hylaeus annularis Brilmaskerbij
Groefbijen - Lasioglossum  
Lasioglossum sexstrigatum Gewone franjegroefbij
Lasioglossum parvulum Lasioglossum parvulum
Lasioglossum morio Langkopsmaragdgroefbij
Lasioglossum lucidulum Glanzende groefbij
Lasioglossum calceatum Gewone geurgroefbij
Macropis - Slobkousbijen  
Macropis europaea Gewone slobkousbij
Melecta Albifrons Bruine rouwbij
Melitta dikpootbijen  
Melitta nigricans Kattenstaartbij
Nomada - Wespbijen  
Verschillende soorten  
Osmia - Metselbijen  
Osmia caerulescens Blauwe metselbij
Osmia bicornis Rosse metselbij
Specodes - Bloedbijen  
Verschillende soorten